Een van de dingen die de verschrikkelijke aanslagen in Parijs duidelijk maken, is dat er een grote bereidheid bestaat onder burgers om zich op verenigde wijze, vreedzaam te verdedigen tegen terrorisme. Burgerlijke organisatie is de enige redelijke manier om fijnmazig en sensitief toezicht te houden op radicalisering en voorbereidingshandelingen op aanslagen, laten ook enkele kleine goede voorbeelden zien. Het ontbreekt echter bij zowel politie als veiligheidsdiensten aan een organisatie die goed om kan gaan met georganiseerd burgerschap.

We zijn maar voor een heel beperkt deel afhankelijk van politie, AIVD en andere veiligheidspartners voor onze veiligheid. Het grootste deel van hun tijd zijn deze partners wel bezig met veiligheid, maar op een manier die geen bijzondere bevoegdheden vereisen: met name gewoon goed opletten wat er gebeurt. Als u of ik goed opletten of er iets gebeurt en bij onraad geen schroom voelen om hierover melding te doen bij een instantie zoals politie of meld misdaad anoniem is de kans dat er tijdig wordt ingegrepen door instanties veel groter.

Er zijn meerdere voorbeelden die aantonen dat de actieve betrokkenheid van burgers effectief is in de bestrijding van criminaliteit. De eerste is de opsporing van de twee daders van de aanslag in Parijs: dit gebeurde voornamelijk door tips van burgers. Dit geldt overigens voor ca. 85% van de criminaliteit: het wordt opgelost doordat burgers tips geven die de politie tot de daders leiden. Het tweede voorbeeld is een succesvol project in Londen tegen terroristische aanslagen. Dit project leidt beveiligers op om beter specifieke vormen van verdacht gedrag te signaleren en hoe om moet gaan met een aanslag (met bom, vuurwapen, gas of anderzijds). Het resultaat is een spectaculaire stijging van relevante meldingen van verdacht gedrag die de politie in staat stelde om terroristische dreiging te reduceren. Een derde voorbeeld laat zien dat het nog alledaagser kan. In Tokyo is een experiment gedaan om taxichauffeurs ‘s nachts gratis te laten parkeren (in Tokyo anders onmogelijk) bij buurtsupers als ze dienst hebben omdat de aanwezigheid van personen overvallers afschrikt. Terwijl er een trendmatige stijging van overvallen op buurtwinkels was, daalde de overvallen op de buurtwinkels met bemande taxi’s voor de deur met ruim 30%!

De politie en veiligheidsdiensten kunnen nog veel beter samenwerken met belanghebbenden van veiligheid: burgers. De belangrijkste methode die momenteel wordt gehanteerd is Burgernet, dat volledig vanuit de politie wordt gestuurd. Bij het bestrijden van radicalisering en terreur gaat het meer over wat de agenten van politie en veiligheidsdiensten niet zien. Er is een aanpak nodig die uitgaat van gelijkwaardigheid van de professionele veiligheidspartners en de participerende belanghebbenden. Dat vergt 3 omslagen in het denken van zowel politie en veiligheidsdiensten als burgers.

Ten eerste is het startpunt van een gelijkwaardig contact dat er overeenstemming ontstaat over wat van belang is voor alle partijen. Nu bepalen de veiligheidspartners de prioriteiten en mogen de burgers meehelpen. Maar er zit verschil tussen de aanpak gericht op criminaliteitsreductie die politie voorstaan en de vaak meer op leefbaarheid gerichte wensen van burgers. Het vinden van een voor iedereen aantrekkelijke en zinvolle aanpak is een zoektocht. Waar partijen elkaar vaak kunnen vinden is een positief geformuleerd perspectief: we willen een wijk waarin we verschillen waarderen en die open is voor welwillenden, waar onze kinderen veilig kunnen opgroeien en die mooi en schoon gehouden wordt. Zelfs de meest murwe wijken kunnen een positieve droom verzinnen en het zou veel professionals verrassen wat schijnbaar onwillige bewoners nog aan energie hebben hiervoor. Dit blijkt uit experimenten die in flatgebouwen gehouden werden en in wijken in Amsterdam en Rotterdam: hier bleken voldoende positief ingestelde mensen aanwezig om de sfeer om te laten slaan.

Ten tweede, als een samenwerking gelijkwaardig is betekent dat ook dat de politie en veiligheidsdiensten de meldingen van burgers allemaal serieus nemen. Dat is niet het beeld van de Nederlandse politie dat burgers hebben: die ervaren regelmatig dat de interesse maar lauw is bij politie als er ongevraagd meldingen zijn. In het hierboven genoemde anti-terreur project meldden getrainde beveiligers significant meer verdachte situaties dan alle andere groepen burgers in de maatschappij. Bommeldingen, ongebruikelijke foto’s nemen (bijvoorbeeld van nooduitgangen van grote banken) en verdachte pakketjes werden door serieuze inzet met prioriteit behandeld door de politie en dit gebeurt tien jaar na dato nog altijd. Beveiligers raakten sterk betrokken door de effectiviteit van de reactie van de politie. Het is en blijft een van de steunpilaren van een sterk vertrouwen tussen de publieke, particuliere en private partijen.

De grootste omslag is echter gelegen in het feit dat iedereen mee kan doen, niet alleen door de politie of veiligheidsdiensten geselecteerde mensen. Uit recent onderzoek blijkt dat hoewel politieagenten er voor iedereen zijn, hun informatie vooral bij mensen van een gelijk geslacht, leeftijd en huidskleur komt. Voor de politie betekent dat: oudere blanke mannen bepalen het beeld dat de meeste wijkagenten hebben. Bij veel wijken waar het toe doet bij het signaleren en bestrijden van radicalisering is dat beeld onjuist en draagt het niet bij aan effectief optreden, in tegendeel. Experimenten met het betrekken van anders veelal genegeerde groepen mensen in kwetsbare wijken laat zien dat zowel het beeld van agenten als de mensen die het betreft meer bereid worden om deel te nemen aan veiligheidsprojecten waaronder het tegengaan van radicalisering. Met deze drie omslagen in het denken kan de dreiging van terreur sterk worden verminderd zonder dat er meer agenten bij hoeven en belangrijker: op een manier die de wijk(veiligheid) weer teruggeeft aan burgers.