This web page requires JavaScript to be enabled.

JavaScript is an object-oriented computer programming language commonly used to create interactive effects within web browsers.

How to enable JavaScript?

Mythes in criminaliteit

Hercules_Lion

Criminaliteit en onraad houdt burgers en overheden bezig. Misschien te veel zo? Wat iedereen voor waar houdt kan ook net wat anders liggen.

1. De mythe van de parallelle samenleving
Volgens vooraanstaande misdaadbestrijders en -beschrijvers is er een parallelle criminele samenleving in Nederland. Deze parallelle samenleving is volledig zelf-regulerend en sturend, alleen op basis van normen waar brave burgers van gruwen: criminelen dekken elkaar en voorkomen problemen door intimidatie en omkoping van mensen met een maatschappelijke norm.
Het is hoogst waarschijnlijk waar dat dit de droom is van enkele criminelen maar er zijn maar zeer weinig mensen zijn die zich crimineel gedragen, laat staan dat ze anderen meekrijgen. Die groepen staan elkaar naar het leven en maar een klein deel is succesvol crimineel. Die parallelle samenleving bestaat uit een handjevol individuen met een grote mond en beproefde intimidatiepraktijken, zoals de suggestie dat ze met velen zijn.
De succesvolle criminelen zitten soms bij elkaar in de buurt, maar we moeten niet vergeten dat ook in die buurten de normale mensen talrijker zijn, een echte silent majority. Deze stille groep kan – en wil niets liever – worden benaderd voor co-creatie van laagdrempelige signaleringsinitiatieven die hun invloed groter maakt en de positie van de gewenste sociale norm meer inbedding geeft.

2. De mythe van capaciteit
Van cybercrime tot ondermijnende criminaliteit. Er zijn meer capaciteit en geld nodig om echt een vuist te maken. Rapport na rapport spreekt over ‘meer investeren’, radicalisering tot fraudebestrijding en woninginbraak. Dit zijn allemaal rapporten die het onderwerp ‘opsporing’ of andere overheidsactiviteit betreffen. Er is geen enkele private instantie die pakweg €300.000 over heeft om een rapport te laten schrijven dat in één middag brainstormen met ervaringsdeskundigen veel concreter en beter verwoord had kunnen worden. En waar gaan die investeringen naartoe? Naar overheidsorganen.
De effectiviteit van recherche en inspectie is klein, in vergelijking met heterdaad. Alles wat wordt geïnvesteerd in vergroting van heterdaadkracht betaalt zich ruimschoots terug, terwijl recherche een buitengewoon kostbare activiteit is.

3. De mythe van expertise
‘Dit kunt u echt niet,’ staat denkbeeldig rondom ieder aanbod van particuliere veiligheid en beschrijving van overheidsdienst. Er wordt minimaal geïnvesteerd in voorlichting en redzaamheid van de bevolking tegen allerlei vormen van criminaliteit. En dat is vreemd, omdat diensten van de overheid en particuliere bedrijven met een aantal basale vaardigheden op het gebied van signaleren en melden, een schier oneindige capaciteit nodig lijken te hebben. Met uniformen en certificaten wordt de afstand tussen gewone mensen en beveiligers van politie en particulieren gemaximaliseerd.
Maar er is geen twijfel aan: uw gerichte en actieve oplettendheid is veruit de meest effectieve maatregel tegen misdaad. Voorlichting helpt enorm bij het filteren van meldenswaardig gedrag van legitiem gedrag. Mensen die (bijvoorbeeld door een wijkagent) zijn voorgelicht blijken meer relevante signalen door te geven aan de politie.
Hoe meer politie en andere diensten zich organiseren op expertise, hoe meer intern gericht de werkzaamheden. Er moet in alle kennisontwikkeling bij de politie een minstens zo uitgebreide inzet op distributie en communicatie zijn.

4. Mythe van de alwetendheid
Een valkuil in de beheersing van een fenomeen is de illusie hoog houden dat je het fenomeen de baas bent: de ‘In mijn dienst/gemeente gebeurt dat niet’ mythe. Daar zit ook de boodschap in naar criminelen: probeer het hier maar niet. En dat heeft een waarde. Controle is ook een belangrijke motivator. Maar controle blijkt nu juist niet bij een individu of dienst te kunnen liggen. Er zijn bergen informatie beschikbaar bij politie, justitie, gemeenten en inlichtingendiensten. Maar daar gebeurt heel weinig mee, weet ik uit mijn ervaring bij de financiële inlichtingendienst. Keuzes over het doen van onderzoeken ontstaan pas als er tips van buiten naar binnen vloeien over een dreiging. Juist de erkenning dat goedwillende mensen heel veel bij kunnen dragen aan keuzes in opsporing en preventie kan een impuls geven aan de veiligheid en het recht.

De oplettende lezer ziet dat ik in deze mythes niets anders doe dan de logica van veiligheidsorganisaties beschrijven en veralgemeniseren. Veiligheidsorganisaties moeten een serieus veiligheidsprobleem waar alleen zij bevoegd en capabel voor zijn om het aan te pakken en waarin heel veel geïnvesteerd moet worden. Die route is maar beperkt vruchtbaar omdat criminaliteitsbestrijding begint bij het vaststellen en uitdragen van een sociale norm dat de mensen goed doen voor elkaar zodat de afwijking opvalt en slecht valt. Daar heb je grote groepen mensen voor nodig – politie, gemeente, maar ook scholen, woningbouwcorporaties, winkeliers en bewoners. Een ontmythologisering van het veiligheidsvak zal daarom niet leiden tot een naakte keizer, maar een effectieve gemeenschappelijke aanpak.

Weten hoe? Kom het horen, zien en beleven tijdens de bijeenkomst over New Public Governance in de veiligheid op 7 september aanstaande.