Naarmate de criminaliteitsbestrijding een prominentere rol aanneemt, gaat het steeds minder over criminaliteit. Het gaat steeds minder over criminaliteit. Een ander perspectief is nodig: criminaliteit is het probleem niet meer.

Er kunnen op dit moment drie vormen van criminaliteitsbestrijding worden onderscheiden: klassiek, multidisciplinair en participatief. De klassieke criminaliteitsbestrijding is met de klassieke partners in de lead, politie, openbaar ministerie en strafrechter. Multidisciplinaire bestrijding van criminaliteit is een samenwerking met veel professionele partners. Voorbeelden van deze aanpak zijn de RIECs, de ZSM aanpak, veiligheidshuizen en top-zoveel aanpak van steeds meer steden. Hier gaat het om fenomenen met enkele criminele kanten maar ook niet-criminele, zodat ook partijen die weinig tot niets met de aanpak van criminaliteit te maken hebben, zoals zorg en belastingdienst, betrokken zijn. De gemeente heeft een sterke rol in deze aanpakken, en ze krijgen meer het kenmerk van een overlast aanpak. Zelfs ondermijnende criminaliteit is vervelend omdat het de echte overheid in de weg zit, niet omdat alle ondermijnende activiteiten illegaal zijn. De participatieve criminaliteitsbestrijding betrekt veel professionele partners maar de nieuwe toevoeging hier is de vrijwillige burger. De burger is niet geïnteresseerd in of iets strafrechtelijk vervolgd kan of zelfs moet worden. De burger is bezig met een veilighe leefomgeving, woongenot en een bijdrage leveren vanuit een persoonlijke drijfveer.

In de eerste plaats kunnen we vaststellen dat de trend is naar een verhoudingsgewijs dalende inzet op het handhaven van het strafrecht. In de tweede plaats dat er op steeds bredere normen wordt gehandhaafd, met als voornaamste doel een impact hebben op belangen en wensen in de eigen leefomgeving.

De reden voor de verschuiving is telkens onvrede geweest over de impact van de klassieke partijen op de veiligheid. Zelfs nadat de piek in criminaliteit rond de eeuwwisseling bereikt was en er sprake was van stabilisatie en afname, bleef de onvrede. Analyses van gebrekkige invloed van de strafrechtelijke aanpak weze uit dat er met criminelen meer aan de hand is dan dat ze alleen crimineel zijn, dus moesten aspecten van zorg, financiën en de verhouding tot de omgeving steeds meer worden meegenomen.

De reactie van de politie en OM is om hier wat afhoudend mee om te gaan. Het OM laat weinig van zich zien in ZSM trajecten als het strafrechtelijk deel voorbij is, en dat geldt ook voor de veiligheidshuizen. De politie heeft nog altijd geen officieel standpunt over hoe om te gaan met whatsapp groepen. Zodra het buiten de kolom valt, is het niet meer relevant. Het is geen kerntaak meer, om met de politie te spreken. En daarmee luiden we de volgende golf van onvrede in en en volgende ontwikkeling in de criminaliteitsbestrijding.

Er is in de criminaliteitsbestrijding een transitie gaande met de kenmerkende patronen die er toe zullen leiden dat op korte termijn ook in de perceptie, het bestrijden van criminaliteit eigenlijk niet zo interessant meer is. Net zoals de iconische afbeelding bij dit verhaal: in de Vietnam-oorlog was het bestrijden van Communistische regimes het probleem niet meer. Het gaat om een maatschappij waar wij in willen leven. Aan alle partners in de veiligheidsketen vraag ik dan ook: hoe organiseren we dat en met wie? Wat betekent dit voor de positie en taken van de klassieke veiligheidspartners? Wat wordt het nieuwe model van veiligheid, als alle stof is neergedaald?