This web page requires JavaScript to be enabled.

JavaScript is an object-oriented computer programming language commonly used to create interactive effects within web browsers.

How to enable JavaScript?

10 Zoekresultaten voor: ""

Citizens needed to stop child abuse

Child sexual abuse happens more than we like to think. The Internet Watch Foundation screened over a 100,000 web addresses hosting illegal child sex images and found that almost half were hosted in The Netherlands. Why The Netherlands? Perhaps because we don’t use enough filters like organisations such as Google and Facebook do that delete illegal content. These 47,000 web pages hosted in The Netherlands alone is what is left after screening.

The response has been mostly to erase the pictures, which helps to curb the spread. But there is something missing, because what happens to the children and what happens to the perpetrators? Are they found, are they even looked for? Well, not really.

It is common knowledge now that the police is simply overwhelmed by the amount of known child sexual abuse. The children are not ‘given the service’ they require. I for one do not blame the police nor do I think that it is wise to invest money in the police capacity to have them search and rescue all abused children. It would bleed budgets dry and we need to question if this approach – while overtly just in nature – is the best way.

I’d like to look at the problem differently. Classic (and much tested) criminology states that crime happens through 3 factors: there’s a motivated perpetrator, there’s a suitable victim and there’s a lack of social control. In my experience as a researcher on the worst forms of child exploitation such as child sexual abuse, perpetrators will always exist, either to make money or for sexual gratification. Children cannot oversee the dangers of poaching pedophiles and if they do are not always strong enough to resist. There is only one factor that will keep child exploitation from happening and that is social control.

The process by which children are coaxed into sexual abuse is not only by immediate foce. Often, a child is groomed over a longer period of time. Grooming is a form of manipulation that both attracts the child and threatens her or him not to tell anyone about what is happening. In this way, a child is steered away from caretakers. At the same time, it is more ‘normal’ for the child to be in the company of an adult. And that is when abuse takes place.

Images of sexual abuse are that: they are photo’s of a child being sexually abused. So eliminating this images does not stop the abuse, or only partly.

How can we increase social control over children while letting them lead their lives? First of all, there is some general awareness that parents can develop, also with their children. Children spend a lot of time alone on the net on smartphones where they are poached on almost any social network. If you haven’t seen it, it’s more common than you’d think. But here’s the thing: these can be places of great risk for children and we need to control these social networks.

So, secondly, adult citizens must excercise coordinated control on these sites to seek out and identify child poachers. In the United States and the UK, the practice is known and to some extent controversial. Why controversial? Because personal information of some of the perpetrators and their families has been shared on the internet, causing great uproar. Publicizing their personal information is a breach of their rights and a punishment. And think of those who abuse children as you like, their punishment should be left to a court of law.

What I fail to understand is why no credible initiative exists that guides the investigative efforts of citizens within the bounds of law. The powers of citizens to collect information on others if they clearly administer their suspicions and collect only information that is relevant to confirm or disprove them is quite ample. Observing, even with a handheld camera or hidden microphone, is legal, for example. As is checking out social media profiles and posing as a minor to see if the person takes a bait. If the person posing does not take initiative to propose illegal activity (actually, in the US this is less a problem) then a meeting between the perpetrator and the assumed victim constitutes a flagrant crime for which a person can be arrested either by a citizen to hand over to police or by police themselves.

The benefits of doing this within the bounds of law are enormous. The internet becomes less of a safe haven to initiate child sexual abuse. However minimal, some control of these sites is simply necessary.

The cost of doing this is really minimal, especially when compared to investing in investigation officers.

The risk to citizens is not that perpetrators are aggressive. From my experience, they are less aggressive than drug-addicts that have stolen or robbed something. The risk of psychological strain due to being confronted with people that do things we generally consider to be heinous is more serious. For this reason, this kind of activity is not for everyone. I am myself hesitant and never act alone, also to protect my sanity.

We do not need to be a hero to make a difference and to save victims from crimes.

We are setting up a local society of citizens acting against injustice. It tells this story to police, municipalities and ministries and helps to set the agenda for policy initiatives and operational collaboration. It also trains citizens in their rights and the limits of these rights to collect information. Finally, it measures the impact of citizens activities, in coordination with authorities and administrations or apart. It will take a great demonstration of professionalism and effectiveness to change the attitude against citizens assisting in preventing crimes to children.

Thank you Dutchbuzz for interviewing me on this relevant topic (go to 1:30)!

Design voor impact met buurtpreventie

Een buurttoezicht dat veiligheid(gevoelens) meetbaar vergroot, een tevreden politie en enthousiaste gemeente. Dat zijn de wensen van meeste betrokkenen rondom buurtpreventie/burgerparticipatie. De Communitymonitor veiligheid biedt houvast.  Op basis van de resultaten kun je nu samen met partners aan de slag om acties te ontwerpen waar je ‘veilig en vrolijk’ van wordt.

Buurtpreventie dreigt een beetje een eeuwige belofte te worden, nu het landelijk wel breed bestaat maar eigenlijk nergens echt serieus wordt genomen. Alle partners voelen zich overvraagd en onderbediend. Gemeenten krijgen te weinig grip op de veiligheid, politie besteedt er nog altijd te veel tijd aan en buurtpreventieleden voelen zich niet erkend voor het vele en goede – al is het soms wat rommelig – werk dat ze doen. Tegelijkertijd zien gemeente en politie groepen die onverwacht uit elkaar kunnen vallen, soms lage kwaliteit van meldingen en is het werk van buurtpreventie niet altijd waardevol. En buurtpreventieleden hebben soms steun nodig, soms willen ze opvolging, maar het duurt lang en ze krijgen niets voor niets. Het is kortom, duwen en trekken. Dat is een grote energieverspilling.

Welke kaders zijn er dan waarbinnen acties veiligheid vergroten en vrolijk maken? Waar alle partners vanzelf op af komen? Deze gouden driehoek is binnen de grenzen die de partners hebben aangegeven: waardevol voor allen: gemeenten willen grip, politie wil tijdsbesparing en nuttige informatie, burger wil erkenning; kwaliteit is hoog en er zijn genoeg signalen; en het is verbindend voor de buurtpreventieleden.

Kijk, now we’re talking! Maar dit zijn nog geen projecten. De complexiteit van deze kaders vraagt om co-creatie. Wat voor projecten zijn dit?

We werkten het burger buurtonderzoek al uit: bij een hi- of lo- impact crime zoals fietsdiefstal of autokraak kan de politie in de buurt rondvragen wie wat heeft gezien. Maar dat kost veel tijd en de schade wordt toch door de verzekering vergoed. Dus dat doet de politie niet, met als gevolg dat er geen enkele opvolging is voor criminaliteit. Dat is in de buurt onwenselijk: toezicht op veiligheid oftewel sociale controle is een van de belangrijkste preventiemethoden voor criminaliteit. Dus doen de buren het: ze vragen uit aan de hand van een standaard vragenlijst. Ze kúnnen signalementen breed verspreiden waardoor de kans op oplossing van misdaad vergroot. De politie bespaart tijd, gemeente en politie krijgen nuttige informatie en potentieel grip op veiligheid, kwaliteit is geborgd door standaard procedure en burger krijgt erkenning. Door de waarde en stabiliteit van het instrument is het ook iets dat buurtpreventieteams kan binden, ze hebben nu een vaste en belangrijke taak.

Ben je direct betrokken bij buurtpreventie als gemeente, wijkagent of lid van een buurtpreventieteam? Wil je creatief meedenken over acties waar alle partners enthousiast aan meewerken? Meld je dan voor de bijeenkomst 16 mei in de Humanity Hub in Den Haag. Deelname is gratis voor mensen die direct betrokken zijn bij buurtpreventieinitiatieven als lid, gemeente of wijkagent en is inclusief lunch.

Communitymonitor veiligheid 2018

Update: hier is de presentatie van de resultaten!

Communitymonitor veiligheid heeft tot doel om inzicht te krijgen in de manier waarop de impact van buurttoezicht, WABP, veiligebuurt.nl, nextdoor en andere communities voor veiligheid vergroot kan worden. Ben je betrokken bij fysieke of digitale toezicht in de wijk? Antwoord dan de 10 vragen (3 minuten). Januari 2019 komt de monitor uit. Wil je m ook? Vermeld dan je mailadres. Link naar de korte enquête in: https://nl.surveymonkey.com/r/LQ8ZTC3

More control needed for chatrooms

Meer toezicht nodig op chatrooms

 

Chatsites zijn veilig voor pedofielen die hun fantasiën willen omzetten in daden: seks met minderjarigen. Er moet meer toezicht komen op de volwassen en minderjarige gebruikers van de site. Burgeronderzoek naar criminaliteit presenteert 9 oktober 2018 geldende richtlijnen om burgertoezicht te vergroten en onze kinderen veilig te houden.

 

More control needed in chatrooms

 

Chatsites are safe for pedophiles who seek to materialize their fantasies: sex with minors. More control is needed on visitors of the site, both child and adult. Citizen Crime Control will release guidelines for legal standards of citizen research into possible suspects and crimes and to keep our children safe.

 

A new community world order

The downturn and loss of faith in our bureaucratic and political system is because it is designed for smaller and less complex population than ours. We have decreasing illusion that law enforcement will catch any and all criminals and hence that it is a credible system. Same goes for government-initiated disaster management. Construction of public spaces, land management or management of national security: we are tiring of depending on a system that is rarely satisfactory.

Our current government system is that it consists of a chosen few that we entrust with extensive power to control all of us. That is what communities address. Startups thrive on a combination of independence from government and large corporation on the one hand, and simple daily task-manager on the other. And that is what communities are about: cutting complex task into simple ones that anyone who is interested can do and finding an interested group of people to do them with.

Commuities are not an economic concept, although you do save money if you do certain menial tasks yourself with a group supported by a free app instead of outsourcing to an organisation with paid staff to do these things. Communities are about shaking off the excess bagage that government and large corporations with their clunky and so-called efficient so called service have become.

In the process we are demythifying the concept that there is a government that is essentially good and there are companies that essentially do what we want them to do because we pay them to. We decreasingly see ourselves as individuals in charge of our lives that only need to look inside our hearts and souls to find inspiration. We are exchanging that for defining the quality of our lives by the quality of our relationships: personal, professional and even artificial such as in a blockchain. We are increasingly defined by our position in the community.

The emphasis on relationships is the key to modern enforcement: being part of a community gives you priviledges and leaders most of all, while being excommunicated leads to loss and threat. It means you will have to depend on second-rate, impersonal and uncaring government solutions like judges and official healthcare. No, we can be blessed if we are part of a community that looks out for each other, that keeps us in check and understands why sometimes the rules need to be bent to make things work.

The reason this is a big deal is that it is consistent with a system that can handle great size and complexity without any loss of quality. It doesn’t matter how large the city population is if every street has some people that sweep it every so often. If every burrough recruits residing medical enthusiasts to have a chat with those who fall ill. And if a few alert citizens are wary of unwanted visitors and unacceptable behavior. This system does not replace government or expertise, but it coordinates it. It also lifts the quality of the most basic services because we are better at doing them ourselves.

This hypothesis lies at the heart of an emerging world order shaping our system of health care, justice, economy and the way we co-exist. Are you with me or are you in a different community? What’s yours like?

Privacy als excuus om niet samen te werken

Het begrip ondermijnende criminaliteit is nog steeds een begrip wat zich lastig laat definiëren. Per definitie is alle criminaliteit ondermijnend. Toch is er een verschil tussen georganiseerde criminaliteit en ondermijnende criminaliteit. Immers, alle georganiseerde criminaliteit is ondermijnend maar niet alle ondermijnende criminaliteit heeft een georganiseerd karakter. Zelfs professoren, docenten en burgemeesters blijken niet eenzelfde definitie te hanteren (HP De Tijd, 2017). Persoonlijk vind ik dit nog al gek. We zijn met zijn allen bezig om ondermijnende criminaliteit aan te pakken, maar waar we het dan precies over hebben is niet helder gedefinieerd.

Vervolgens kijken we naar de aanpak van ondermijning. Veelvuldig wordt aangegeven dat waar actoren in de aanpak meer moeten gaan samenwerken in een integraal karakter, er grote uitdagingen liggen ten aanzien van informatiedeling, privacy en gevaar voor het lekken van informatie. De integrale aanpak is naar mijn idee al een historisch concept, wat al jaren het uitgangspunt is, maar wat nog steeds niet goed geïmplementeerd lijkt te zijn. Is het dan echt zo dat onze wetgeving het ons moeilijk maakt om in integraal verband informatie te delen en daarmee een succesvolle aanpak mogelijk te maken? Ik denk het niet. Huidige wetgeving geeft juist heel veel mogelijkheden om informatie te delen. Actoren binnen de samenwerking hoeven echt niet alle informatie te hebben over Jantje of Pietje. Ze hoeven alleen maar een vlaggetje te krijgen van een politie of belastingdienst dat ze moeten opletten, meer niet. Toen ik voor recent onderzoek de burgemeester van Veldhoven interviewde, gaf hij aan dat dat gewoon mag. Dat privacy en informatie-uitwisseling nog te vaak als argument wordt gebruikt om niet te hoeven samenwerken. Nee, ik denk niet dat de wetgeving omtrent informatiedeling de bottleneck is voor een succesvolle integrale aanpak.

De staande organisaties zijn naar mijns inziens nog niet goed ingericht voor samenwerking. De organisaties werken primair aan de realisatie van hun eigen organisatiedoelstellingen. Bij een integrale aanpak waarbij het grootste maatschappelijke effect centraal staat, kan het betekenen dat er gekozen wordt voor een bestuurlijke aanpak boven een strafrechtelijke aanpak. Successen zijn daarmee niet perse te verantwoorden binnen organisaties, zoals bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie. De manier van verantwoording afleggen en sturing binnen de organisaties vraagt van hun werknemers dat ze (meetbare) resultaten sorteren die ten goede komen aan de organisatiedoelstellingen. In een politiedebat pleit het hoofd van de Landelijke Recherche, Wilbert Paulissen, voor strengere straffen in Nederland voor ondermijnende criminelen. Hoofdofficier van Justitie, Fred Westerbeke, wil de inzet voor burgerinfiltranten, spijtoptanten, kroongetuigen en informatieverwerving in de bovenwereld laten onderzoeken (Politieacademie, 2017). Twee duidelijke voorbeelden van de focus op de eigen organisatiedoelstellingen. Echter, Els Prins (secretaris van het VNO NCW) komt wel met een pleidooi over een relevante kans die een samenwerking met brancheverenigingen kan bieden. Bedrijfscollectieven helpen namelijk graag een handje mee om rotte appels uit de branche weg te werken.

Albert van Wijk, lid van het college van procureurs-generaal dat het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie bepaalt, gaat op het congres Ondermijning en Georganiseerde Criminaliteit (20-09-2017) in op de rol van het Openbaar Ministerie in de aanpak van ondermijning. Hij geeft aan dat het Openbaar Ministerie haar taken graag zo inricht dat zij een hoge maatschappelijke impact bewerkstelligen maar dat zij dat niet zomaar mogen, aangezien zij verplicht zijn om alle criminele delictsvormen aan te pakken. Dat maakt ook dat het soms intern moeilijk te verantwoorden is, dat er binnen een integrale aanpak wordt afgezien van een strafrechtelijke aanpak. Zolang de organisaties alleen blijven sturen op de belangen van hun eigen postzegel, zal niet een maatschappelijke impact als primair doel bestaan en zal een integrale aanpak niet optimaal werken.

Om een succesvolle integrale samenwerking te bewerkstelligen, zullen we moeten leren omgaan met elkaars verschillen, begrip hebben voor elkaars belangen, voldoende middelen beschikbaar gesteld krijgen, elkaars taal leren spreken, informatie delen, nieuwe vormen van verantwoording ontwikkelen (rijker verantwoorden), maar vooral ook leren samenwerken. Om te leren hoe de organisaties beter ingericht kunnen worden om deze acties te realiseren, biedt de theorie van New Public Governance mooie kansen. Lees daarover meer in het ebook van Justice in Practice.

 

Klaas Litjens

Adviseur @ Justice in Practice

klaas@justiceinpractice.nl

Samenwerking tussen burgers en bureaucratie. Heb je even?

Als je de gemeente een brief stuurt met een vraag over veiligheid, mag je blij zijn wanneer je binnen drie weken een ontvangstbevestiging ontvangt. Daarin staat dan dat als je binnen zes maanden geen antwoord ontvangt, je een klacht kan sturen naar een benoemde postbus. In ieder geval een stok achter de deur! Zes maanden…

Hoe kunnen we ooit verwachten dat gemeenten zich gaan richten op wat de samenleving nodig heeft als het contact met een gemeentemedewerker een frontdesk medewerker is die als taak heeft alle telefoontjes per mail in het bureaucratische systeem te zetten?

New Public Governance (NPG), een concept van Osborne (2006), wat als opvolger gezien wordt van het New Public Management (NPM) en het daarvoor gaande Public Administration (PA), gaat in op gelijkwaardige samenwerking met alle mogelijke actoren met als centrale doelstelling, het behalen van de outcome; Een veilige en leefbare samenleving.

Naamloos

Output gedreven organisatie

Waar in het PA tijdperk de politie nog alleen aan zet was om criminaliteit aan te pakken, zagen we bij het latere NPM the rise of private security. De politie kon/kan het niet alleen en heeft haar partners nodig om criminaliteit te bestrijden, de openbare orde te handhaven en noodhulp te verlenen. New public management gaat ervan uit dat overheidsprocessen meer bedrijfsmatig worden ingericht. Dat wil zeggen dat er meer gestuurd gaat worden op cijfers, prestatie-indicatoren en efficiëntie. We zagen in 2004 het bekeuringenquotum voor agenten van 300 bekeuringen per jaar. Een duidelijk kenmerk van NPM waar de output van 300 bekeuringen per jaar het doel wordt, in plaats van het middel om te komen tot een veilige samenleving.

Nieuwe werkwijze

Samenwerken, de integrale aanpak of de multidisciplinaire aanpak, de applaus-woorden van 5 jaar geleden. Ondertussen zijn we zo ver dat we nut en noodzaak tot samenwerken zien maar het toch nog steeds lastig vinden. Met de intrede van het New Public Governance tijdperk vragen we van overheden, die nog struggelen met efficiëntieverbeteringen en prestatie indicatoren, om niet alleen samen te gaan werken met allerlei andere overheidsorganisaties, maar ook met bedrijven en burgers. Een omslag van grote omvang. Er worden zo vaak extra taken opgelegd maar er wordt nooit iets afgehaald. Nou, daar komt dus verandering in!

Vandaag de dag

Sociale controle, signaleren en melden van verdacht gedrag en burgeraanhoudingen zijn vandaag de dag niet meer weg te denken. In Amsterdam vindt 90% van alle aanhoudingen plaats vanuit meldingen van oplettende burgers! Als dit zo doorgaat houden politie en gemeenten dadelijk nog tijd over 😉

Outcome gedreven organisatie

Toch zien we ook dat overheidsorganisaties nog niet helemaal gewend zijn aan deze nieuwe vormen van criminaliteitsbestrijding. In dit NPG tijdperk gaan we ervan uit dat de overheid niet meer zozeer ‘in the lead’ zou moeten zijn of altijd maar de geldschieter moet zijn voor participatieprojecten. Alle actoren zijn gelijkwaardig en kunnen vanuit hun rol, expertise of bevoegdheden acteren in het veiligheidsdomein. Wat daarbij van groot belang is, is dat niet het aantal aanhoudingen, het aantal WhatsApp-groepen of de hoeveelheid betrokken actoren centraal staat, maar de outcome; een veilige samenleving.

Wat betekent dat voor de inrichting van de organisatie?

Hoe richt je een gemeente zo in dat die in staat is om samen te werken met burgers, zonder dat het telkens een half jaar duurt voordat er reactie komt op een vraag. Hoe zorg je voor een level-playing-field voor alle actoren? Hoe maak je je organisatie in die mate flexibel dat ook andere actoren eenvoudig kunnen participeren?

De juiste interventie

Communities voor veiligheid biedt kansen om dit proces op effectieve wijze in te richten. Justice in Practice begeleidt het programma om per gebied, wijk of straat een gecoördineerde beweging te starten. Dat is op een ‘tactisch’ niveau, van analyseren, plannen, faciliteren, begeleiden naar evalueren. De regie ligt daardoor bij de initiatiefnemers, terwijl professionals en beleidsmedewerkers aan de randvoorwaarden werken om de beweging te stimuleren en te voorzien van behulpzame kaders.

Op 7 september 2017 organiseert Justice in Practice een exclusief seminar over de transitie naar New Public Governance. Wil jij daar ook bij zijn? Mail naar info@justiceinpractice.nl

Tijd over door goed veiligheidsbeleid? Het kan met Communities voor veiligheid.

Een van de meest gehoorde klachten van mensen in veiligheid is dat ze zo onvoorspelbaar en onuitputtelijk veel werk hebben, waardoor ze eigenlijk altijd druk zijn. Er zijn incidenten, daar moet je iets mee om te managen, dan moet je uitzoeken en invoeren hoe het in het vervolg te voorkomen, maar dan gebeurt er weer iets anders. Zo hol je altijd achter de feiten aan!

De kern van dat probleem is niet dat je onvoorspelbaar en onuitputtelijk veel werk hebt, maar de gedachte dat jij het werk moet doen, de problemen moet begrijpen en de oplossingen moet aandragen en coördineren. Jij bent niet in staat om eerst de realiteit te behappen en vervolgens ook nog eens binnen een bepaalde tijd te handelen. Als je dat probeert kun je op z’n best een heel oppervlakkige analyse maken waar je op z’n meest een standaard oplossing op kunt loslaten. Dat, of je moet ontzettend veel werk doen in een heel korte tijd. Je focus moet veranderen naar de sociale context waarin de incidenten konden plaatsvinden.

Voorbeeld
Er was een nare verkrachting van een vrouw in het gebied waar ik werkte. Na de directe afhandeling – ter plaatse komen, slachtoffer verzorgen en wanneer mogelijk horen – ontstond er een gigantische papiermachine om informatie te verzamelen en te ordenen over het omgaan met de gevolgen voor de buurt en het voorkomen van een herhaling. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat er niet veel was dat we konden doen. Het was op zich niet een heel onveilig gebied waar veel extra maatregelen uit ons pakket konden worden genomen. Het enige dat we konden doen is praten met mensen en hen vragen wat we nog meer konden doen.

Praktijk
Althans, dat dachten we. Want we gingen niet alleen vragen wat wij konden doen, maar we gingen ook vragen wat zij konden doen. We gingen structuren aanbieden om dingen te ondernemen, we stimuleerden de relatie tussen bewoners onderling, voor zover we konden, en tussen de overheid en bewoners. We zagen dat deze sociale processen bewoners gestructureerd laat nadenken over veiligheidsrisico’s en wat ze er tegen konden doen. Dat terwijl ze leerden vertrouwen op de gezamenlijke normen rondom veiligheid en deze actiever gingen uitdragen. De politie gaf aan positief verrast te zijn met de voortgang en bewoners gingen zelf sociale en technische innovaties ontwikkelen om de sociale veiligheid in de buurt te vergroten. Zaken die we al jaren graag wilden, maar door uitputting nooit tot stand waren gekomen.

IMG_0901 2IMG_0910 3

De apps hierboven zijn van politie, die verrast zijn door de voortgang op het terrein, veel meer dan verwacht; en van een bewoner, die samen met anderen is gaan innoveren om inbraak te bemoeilijken.

Communities in Practice2017-04-13-PHOTO-00000012
De foto hiernaast is het terrein waarvan de al eerder genoemde politie aanvankelijk vond dat er een grote berg rommel lag. Later bleek dit door de bewoners zelf verzameld te zijn om een eigen Biergarten te bouwen van afvalhout, met het zichtbare resultaat.

We moesten eerst erkennen dat we tekort waren geschoten in ons optreden. Niet doordat we niets deden, maar doordat wij alles wilden doen en bewoners niet voldoende in hadden gezet om binnen hun eigen mogelijkheden zich te beschermen. Daarmee waren we heel druk geweest terwijl we maar een fractie van de mogelijke maatregelen konden nemen. Bewoners geven het optreden van veiligheidspartners vleugels. In het oplossen van criminaliteit geldt de vuistregel dat ruim 80% van de criminaliteit opgelost wordt door burgers. In het voorkomen van criminaliteit geldt dat invoeren van elke vorm van sociale controle de criminaliteit met tientallen procenten reduceert.

Bewoners geven het optreden van veiligheidspartners vleugels

Het veranderen van de focus van veiligheid naar het oplossen van specifieke problemen (en hun nasleep) naar het focussen op het ontbreken van sociale structuren die onveiligheid ruimte geven, bespaart in eerste instantie heel veel tijd. Criminaliteit wordt veel sneller afgeweerd en opgelost en de nasleep wordt veel sneller en vollediger opgevangen door hechte communities.

En dan hebben we eindelijk tijd om een kop koffie te drinken en het te hebben over het nut van het actief opzetten van communities.

Een andere sociale norm met Communities

Het artikel in NRC liegt er niet om: als ambtenaar die het recht toepast voel je je soms stevig onder druk gezet van ‘mensen met een andere norm’. Een belangrijke functie van gemeenten is het veranderen van de sociale norm, maar hoe werkt dat?

Normen zijn groepsproducten en hoe groter de groep met een bepaalde norm, hoe hoger de druk is om je daar aan aan passen. Een ambtenaar die in een criminele groep helpt bestrijden weet natuurlijk dat er een gemeente en politieapparaat achter hem staat, maar hij is makkelijk onder druk te zetten omdat hij weinig zichtbare medestanders heeft voor de bedreiger. Makkelijker althans, dan iemand die zichtbaar gesteund wordt door mensen die ook criminelen kennen, zoals mensen die in zijn buurt wonen, de huismeester die bij hem kleine reparaties uitvoert of de straatveger die een kopje koffie drinkt bij dezelfde broodjeszaak als hij.

Communities voor veiligheid ontlenen hun kracht aan het feit dat mensen zichtbaar en persoonlijk een norm uitdragen. Politieagenten hebben een uniform aan en dat maakt hen onpersoonlijk, je weet wat je van ze krijgt dus je relativeert hun boodschap makkelijker: ‘Jij wordt betaald met mijn belastinggeld’. Maar een persoonlijke inzet raakt mensen, het verandert hoe ze naar hun omgeving kijken: ‘Blijkbaar is respect en zorg de moeite waard’. Dat maakt het moeilijker om die ambtenaar die zich er voor inzet, te bedreigen. Hij is dan eigenlijk een van ons.

Justice in Practice brengt gemeenten, politie, organisaties en burgers bij elkaar en laat hen gezamenlijk optrekken om abstracte zaken als rechtstaat, zorg en buurtgevoel invulling te geven. In vier fasen – Relatie opbouwen, Rollen verdelen, Elkaars snelheid vinden en een Cyclus opbouwen – helpen we gemeenten een structuur ontwikkelen die diep in de samenleving weerklank vindt bij krachtige, redzame en hulpvaardige mensen.

Niet het einde van problemen, wel het begin van nieuwe oplossingen.

 

Mee doen of zelf doen?

Mee doen of zelf doen?

 

Waarom krijgen communities van zelfredzame en actieve bewoners geen politiek mandaat?

 

Actueel

In een dorp nabij Amsterdam is de politiekracht teruggebracht tot 1 agent, terwijl het onder de rook van Amsterdam toch echt te maken heeft met grootstedelijke problemen. Het handhavingstekort wordt deels opgevangen door mensen uit de wijk. Ze vormen WhatsApp groepen, buurtwachten en organiseren cursussen signaleren van verdacht gedrag.

 

Hoe vanzelfsprekend dat tegenwoordig ook klinkt en hoe veel ze ook bijdragen aan (het gevoel van) veiligheid, tijdens de verkiezingen kunnen zij geen mandaat halen. Zij blijven afhankelijk van politici voor steun, politiek en financieel. Politici praten er enkel over – een proces van beleidsvoorbereiding, vergaderen, stemmen en implementatie dat zo een jaar in beslag kan nemen. De toegevoegde waarde van politici aan het in beweging krijgen van mensen en een inhoudelijke sturing is zeer gering. Wat voegt hun verkiezing toe aan dit stuk veiligheid?

 

Kat-en-muisspel

In een grote stad bedankt de burgemeester voor het initiatief uit de buurt om nauwer samen te werken met politie voor het terugdringen van dealers in hun buurt en spendeert veertigduizend euro per maand voor het inhuren van een particulier beveiligingsbedrijf. De beveiligers spelen een tijd kat en muis met de dealers, die zich beter gaan verstoppen. Toch blijft de buurt een smoezelige indruk bieden omdat beveiligers geen sfeer maken en bewoners en ondernemers nog altijd geen verantwoordelijkheid nemen voor de wijk. Had dit geld niet beter besteed kunnen worden aan iets anders en energie gestopt in het verenigen van goedwillende ondernemers en burgers?

 

Andermans geld geeft makkelijk uit

Initiatieven gelanceerd binnen communities vormen een groot contrast met veel aanbod dat we nu kennen. Bij professioneel aanbod tellen geld en minuten in de praktijk meer dan welzijn. Niemand is blind voor de voordelen van de professionalisering, maar er is steeds meer oog voor de kracht van persoonlijke netwerken, vooral nu dat professionele aanbod steeds moeilijker te betalen is. De ontevredenheid met het aanbod slaat terug op politici, die volledig verantwoordelijk zijn voor zowel het innen van belasting voor deze diensten als het aanbod. Een nadeel van de oplossing van problemen door de staat is dat wij wel betalen en investeren in de oplossing, maar de oplossing vrijwel unaniem als ontoereikend beschouwen.

 

Het heft in eigen hand

Alle politieke partijen verwelkomen mede daarom de trend van zelfredzaamheid, zij het dat men soms klaagt dat het allemaal door de bezuinigingen komt. Maar politici zijn niet nodig voor deze vorm van zelfredzaamheid. Hoe je het ook framed, als bezuinigingen of ideologie van de verpersoonlijking van de verzorging, politici moeten een stap terug doen op terreinen waar bewoners meer zelf organiseren. En dat is op veel gebieden. In plaats van middelen en energie naar de verkiezing van politici waar stemgerechtigden toch weinig fiducie in hebben, kunnen we een deel van deze energie en middelen beter richten op het ontwikkelen van communities die signaleren en zorgen.

 

Civiele verantwoording

In gebieden waar bewoners succesvolle initiatieven hebben opgericht kan je de buurt meer armslag geven bij financiële ondersteuning aan het runnen van deze projecten: daarvan kun je zeggen dat de politiek daar geen plaats meer heeft. In plaats van een leger aan ambtenaren voor allerlei hulpverleners, een aantal actieve personen in de wijk die voor raad en daad kunnen spreken met een ambtenaar die hen ook bijstaat in het beheren van de gelden. Thema’s die behandeld zijn door bewoners worden dan van de politieke agenda gehaald. Zo maak je een einde aan het gemak waarmee politici resultaten claimen voor activiteiten waar zij zelf niet of nauwelijks aan hebben bijgedragen.

 

Wie betaalt, die bepaalt

Het is ironisch dat de praktijk nu is dat de politiek ‘gaat’ over de gelden die beschikbaar zijn om bewoners iets zelf te laten doen. Tegelijkertijd is er ook voor kleine projecten wel geld nodig dat niet altijd door bewoners gedragen kan worden. Het is dan niet meer dan logisch dat bewoners geld ‘potten’ om iets te realiseren, maar het is ook rechtvaardig dat deze investeringen worden terugbetaald uit belastingen. Als opmaat voor het verlagen van de belastingen voor de portie ‘zelfredzaamheid’ die burgers opbrengen. Als opmaat, bovendien, naar het verkleinen van het mandaat van politici.

 

Verkiezingen

De prilheid van de initiatieven waarover ik spreek en die in de rest van het land – en delen van de wereld – opkomen maakt het te vroeg voor de drastische consequentie om het politieke systeem om te gooien. Toch moeten we bij deze verkiezing constateren dat er inmiddels veel redenen zijn om meer zelf te doen en meer ruimte terug te eisen van het politieke mandaat.

 

De keuze is dus: we kiezen politici die volledig verantwoordelijk zijn voor een niveau van zorg maar dat niet waar kunnen maken, of we sluiten ons aan bij initiatieven die een lagere garantie bieden voor achterblijvers maar die wel precies aansluiten bij wat we zelf willen. Hoe sterker deze initiatieven, hoe groter onze vrijheid om onze wereld vorm te geven zoals we dat zelf het liefst zien.