This web page requires JavaScript to be enabled.

JavaScript is an object-oriented computer programming language commonly used to create interactive effects within web browsers.

How to enable JavaScript?

4 Zoekresultaten voor: ""

Zonder privacy geen resultaat

Waarom is privacy zo’n groot obstakel voor bijvoorbeeld samenwerking bij opsporing en hulpverlening? Vaak duiden privacyproblemen op ineffectieve samenwerking tussen organisaties. De keerzijde daarvan is: als de privacy op orde is, verbeteren de resultaten.

More …

Woonoverlast en onveiligheid in de buurt: participatie helpt

Veel woningcorporaties kennen het: complexen waar woonoverlast, vervuiling en zelfs criminaliteit mensen een onbehaaglijk gevoel geven maar waar geen grip op te krijgen is. De problemen zijn onvoldoende ‘crimineel’ voor politie, te intimiderend voor bewoners en te diffuus voor straatcoaches. Toch moet er wat gebeuren. Zonder participatie van bewoners gebeurt er echter niet veel.

 

Een recent onderzoek wijst op de mogelijkheid om samen met bewoners, politie en gemeente een community op te richten die de positieve veiligheid vergroot en daarmee de overlast, criminaliteit en vervuiling indamt (zie ook pdf hieronder). Het concept Communities voor veiligheid is met succes in de gemeente Amsterdam bij enkele woningcorporaties getest met positieve resultaten. Woonoverlast vermindert, criminaliteitscijfers verbeteren en bewoners zijn weerbaarder.

 

Onveiligheidsgevoel zijn gezond als je er iets mee kan

Een gevoel van onveiligheid is gezond zolang het zich binnen een actieve gemeenschap afspeelt. Deelnemers aan een veiligheidscommunity praten met elkaar over incidenten en trends van onveiligheid die ze waarnemen. Dat geeft hen een gezond bewustzijn van de risico’s op het gebied van inbraak, overlast en andere criminaliteit. Het verrassende is dat uit het onderzoek blijkt dat de mensen die zich in een actieve gemeenschap onveilig voelen, dit omzetten in strategieën die aantoonbaar de veiligheid verhogen. Mensen die zich onveilig voelen zonder dat ze in een actieve gemeenschap zitten, trekken zich terug, wat de onveiligheid verhoogt. De overheid die zich inzet voor het vergroten van betrokken gemeenschappen krijgen een bonus, de overheden die dat onvoldoende doen, krijgen een malus van extra onveiligheid.

 

Participatie: gratis maar niet vrijblijvend

De trend tot meer participatie en redzaamheid lijkt dan in eerste instantie voor gemeenten en politie extra veiligheid zonder extra kosten op te leveren, gratis betekent niet vrijblijvend. Hoe je het ook wendt of keert, de gemeente én politie moeten aandacht besteden aan het activeren van positief veiligheidsgedrag, op basis van inzicht in de behoeft van de groep.

 

Het onderzoek heeft een serie interventies getoetst die leiden tot meer effectieve participatie. Voorlichting, de standaard interventie van politie en gemeenten, werkt vooral als dat gekoppeld wordt aan een handelingsperspectief met uitzicht op een effect. Het bellen van 1-1-2 is daar een voorbeeld van, maar participatie is een veel laagdrempeliger handelingsperspectief. Bovendien komt voorlichting veel beter aan als het via het kanaal van een betrokken gemeenschap komt, en niet via standaard flyers, filmpjes of buurtavonden. Voorlichting moet dus gekoppeld worden aan een vraag en uitnodiging om gezamenlijk op te treden.

 

Participatie vraagt om samenwerking en verbinding

Het activeren van bewoners kan alleen als gemeente, politie en organisaties als woningcorporaties samen werken. Dat komt omdat als de veiligheidspartners en belanghebbenden niet samenwerken, ze vooral elkaar aanwijzen als verantwoordelijken. Dat cirkeltje klinkt zo: “Onveiligheid? Daar is de politie toch van? Nee (zegt de politie), de gemeente moet preventieve maatregelen nemen! Nou (zegt de gemeente), de woningcorporatie moet investeren in beter hang- en sluitwerk!” Zo wijzen de partners naar elkaar en de bewoners haken af. Samenwerkende veiligheidspartners verschillen niet van opvatting dat ze allemaal een taak hebben, maar ze steunen elkaar in het volbrengen ervan om een integrale veiligheid tot stand te brengen. Uit het onderzoek bleek bijvoorbeeld dat een woningcorporatie die door de gemeente gesteund wordt bij het snoeien van bosjes voor beter zicht, makkelijker overgaat tot het verbeteren van de fysieke omgeving, waaronder het opschonen van het terrein en het verbeteren van het hang- en sluitwerk.

 

Bewoners hebben, tot slot, reële toegang tot veiligheidspartners nodig om inhoudelijke en concrete verbeteringen tot stand te brengen. Een gemeente die actieve bewoners verbindt aan beleidsmedewerkers om hun ideeën te helpen verwezenlijken, een politie die zich inzet om terugkoppeling te geven op meldingen zijn twee voorbeelden van reële toegang. Een gemeente, politie en woningcorporatie die zichzelf ‘al heel veel’ vindt doen en de bewoner doorverwijst naar een andere veiligheidspartner voor klachten kan dus een toename van overlast en onveiligheid in de wijk verwachten.

 

Weten hoe?

Communities opzetten is het werk van de toekomst. Beleid maken en binnen de eigen koker uitvoeren heeft zijn langste tijd gehad. Op het congres Veiligheid in de wijk geeft Justice in Practice samen met app-ontwikkelaar Veiligebuurt een workshop over het opbouwen van communities voor veiligheid, gebaseerd op wetenschappelijk bewezen inzichten. Meld je aan via de link en ontvang 10% korting! Of neem contact op voor een vrijblijvende afspraak.

20170801 Een overzichtelijk complex

 

 

Aanpak ondermijnende criminaliteit vraagt om extra middelen. Maar hoe zet je die dan in?

Aanpak ondermijnende criminaliteit vraagt om extra middelen. Maar hoe zet je die dan in?
Na de zoveelste brandbrief van Brabantse burgemeesters is het nu de beurt aan de Limburgse burgemeesters om een brief aan Den Haag te schrijven met de vraag om meer middelen voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit. De verdeelsleutel voor middelen voor deze specifieke aanpak is op basis van inwoneraantal. De Limburgse burgemeesters beargumenteren dat ze, door hun geografische ligging aan de grens, veel meer overlast hebben van buitenlandse criminelen. Onderzoek heeft aangetoond dat in Maastricht 35% van de verdachten niet uit de stad komt. Echter, onbekend is hoeveel daarvan ook daadwerkelijk van over de grens afkomstig is (De Limburger, 2017).

Klassieke organisatiefout
Hoewel de burgemeesters hier een goed punt maken, rijst bij mij de gedachte: maar waar blijven de andere provincies met hun brandbrieven? Noord-Brabant vraagt 150 miljoen euro aan extra middelen voor de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Voor recent onderzoek interviewde ik de burgemeester van Wijchen (Gelderland), die me vertelde dat er simpelweg een gebrek is aan capaciteit en middelen. Volgens mij kunnen we met zijn allen wel de conclusie trekken dat niet alleen Brabant en Limburg te weinig middelen hebben om de ondermijnende criminaliteit nou eens echt goed aan te pakken. Ik vraag me dan af wat deze provincies willen gaan doen met die extra middelen? Gaan ze de klassieke organisatiefout maken door het geld te investeren in het nog intensiever doen van nog meer van hetzelfde? Of gaan ze het besteden aan een aanpak met het doel de grootste maatschappelijke impact te bewerkstelligen?

Meer en betere samenwerking
Door de slechte samenwerking tussen actoren in de aanpak van ondermijning, laat justitie miljoenen aan crimineel vermogen ongemoeid”(Volkskrant, 27-09-2017). Stakeholders roepen dat er meer en beter samengewerkt moet worden. Dat het intensiveren van de samenwerking nu een echte prioriteit is geworden. Maar is het dat niet al jaren dan?

Oplossingsrichting
Oke, nu weten we wel dat het allemaal nog niet zo goed gaat. Door naar de oplossing! Ik zal niet betogen de waarheid in pacht te hebben maar ik zal in ieder geval een mogelijkheid poneren en ter discussie stellen. Volgens mij moeten we drie aspecten onderscheiden die de aanpak van ondermijnende criminaliteit nu kunnen bevorderen: 1) gedegen risicoanalyse, 2) organisatie-samenwerking en 3) het betrekken van belanghebbenden en burgers.

1. Risicoanalyse
Door middel van barrièremodellen en big data analyses zijn we steeds beter in staat om criminele netwerken in kaart te brengen. Het belang van deze analyses uit zich vooral als ze gericht zijn op de bestrijding ervan. Een succesvolle bestrijding van deze CSV’s (criminele samenwerkingsverbanden) gebeurt multidisciplinair. Er zullen dus afspraken gemaakt moeten worden over de basis van samenwerking: wie gaan er samenwerken, op welk specifieke probleem, met welk doel? De risicoanalyses vormen de basis hiervan.

Voorbeeld: Citydeals
In verschillende Nederlandse steden zijn ‘Citydeal’ trajecten gestart, een serie van experimenten waarin maatschappelijke problemen ten aanzien van zorg en veiligheid door innovatieve oplossingen aangepakt worden met behulp van de wetenschap. Het doel hiervan is om succesvolle experimenten aan alle gemeenten aan te bieden als best practices zodat heel Nederland naar een hoger veiligheidsniveau kan komen.

Dit is een mooi voorbeeld van het organiseren van nieuwe en betere manieren van de aanpak van veiligheidsproblematiek die door experimenten in de praktijk getest is met behulp van de wetenschap. Als er extra middelen beschikbaar worden gesteld vanuit ‘Den Haag’, dan is dit een mooi voorbeeld om het geld in te investeren. Immers, wanneer extra middelen worden gegeven aan staande organisaties, kunnen zij niet anders dan het te investeren in hun eigen organisatie (en dus in meer van hetzelfde).

2. Organisatiesamenwerking
De verschillende organisaties in de aanpak van veiligheidsproblematiek moeten meer en beter gaan samenwerken. Echter, de neiging voor organisaties is heel groot om zich neer te leggen bij het feit dat ze niet goed kunnen samenwerken, met als gevolg dat een nieuwe organisatie wordt opgebouwd. Neem hierbij als voorbeeld de Taskforce Brabant-Zeeland. De samenwerking tussen de verschillende actoren kwam maar niet goed van de grond waardoor een nieuwe organisatie is opgebouwd die, met bestuurlijke dekking van de burgemeesters, capaciteit vanuit de actoren en wat financiële middelen, de aanpak een boost moest geven. Op korte termijn waait er veel stof op en er komen veel resultaatjes, maar uiteindelijk zou de club gewoon het RIEC gaan kannibaliseren. De kern van het probleem zal daarmee niet veranderen. Organisatiesamenwerking is veel meer dan alleen uitspreken om te gaan samenwerken en een aantal vergadermomenten inplannen. Organisatiesamenwerking vindt plaats op alle niveaus binnen de organisatie, sturing- en verantwoordingsindicatoren zullen op elkaar afgestemd moeten worden, maar wat vooral van belang is om het gewoon te gaan doen. Heel operationeel, horloges gelijk zetten, afstemmen van wie doet wat en gewoon beginnen.

3. Betrekken van belanghebbenden en burgers
Een integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit vraagt niet alleen om de samenwerking van overheidspartijen maar ook om de samenwerking met brancheorganisaties, private partijen, wetenschappelijke instituten en vooral ook met burgers (ofwel het betrekken van de maatschappij). Deze organisaties en groepen vormen een bron van informatie die zeer relevant kan zijn in de aanpak van ondermijning. Daarnaast hebben zij om verschillende redenen, net zoals de overheid, belang bij een reductie van criminaliteit. Bij brancheorganisaties kunnen we vaak redelijk eenvoudig een oriënterend gesprek inplannen om te zien wat er in een samenwerking mogelijk kan zijn. Maar hoe betrek je nou de burger? Wat communiceer je met de burger? Betrek je dan niet mogelijk ook de criminele burger?

Maatschappelijk draagvlak
Een hoofdagent van de toenmalige gemeentepolitie Rotterdam in 1992 drukte als volgt uit hoezeer hij het betreurde dat het contact van de politie met de burgerij in zijn ogen tanende was: ‘Toen ik bij de politie kwam, hadden wij 15 miljoen dienders. Nu hebben wij er nog maar 40 duizend.’  Sindsdien is er niet meer geïnvesteerd in burgercontacten, enkel in meer blauw op straat, technologie en het vernieuwen van regelgeving. Heel goed allemaal, maar het betrekken van burgers is een voor iedereen bevredigende en effectieve oplossing die vooralsnog nauwelijks uit de verf komt. Om te zorgen dat je een maatschappij krijgt waarin de normen op een positieve manier worden gehandhaafd, sociale controle, moet je de burger betrekken. Immers, een veilige samenleving bestaat niet alleen uit overheidsorganisaties.

New Public Governance
Hoe we in de aanpak van ondermijnende criminaliteit de onuitputtelijke kracht van de maatschappij kunnen mobiliseren en inzetten lees je in het ebook van Justice in Practice. Persoonlijk denk ik dat we, wanneer we deze drie aspecten verder ontwikkelen en niet te vervallen in klassieke organisatiefouten, we de aanpak van ondermijning een boost kunnen geven die indirect ook op andere veiligheidsproblematiek goede effecten kan hebben. Wat denken jullie?

Een andere sociale norm met Communities

Het artikel in NRC liegt er niet om: als ambtenaar die het recht toepast voel je je soms stevig onder druk gezet van ‘mensen met een andere norm’. Een belangrijke functie van gemeenten is het veranderen van de sociale norm, maar hoe werkt dat?

Normen zijn groepsproducten en hoe groter de groep met een bepaalde norm, hoe hoger de druk is om je daar aan aan passen. Een ambtenaar die in een criminele groep helpt bestrijden weet natuurlijk dat er een gemeente en politieapparaat achter hem staat, maar hij is makkelijk onder druk te zetten omdat hij weinig zichtbare medestanders heeft voor de bedreiger. Makkelijker althans, dan iemand die zichtbaar gesteund wordt door mensen die ook criminelen kennen, zoals mensen die in zijn buurt wonen, de huismeester die bij hem kleine reparaties uitvoert of de straatveger die een kopje koffie drinkt bij dezelfde broodjeszaak als hij.

Communities voor veiligheid ontlenen hun kracht aan het feit dat mensen zichtbaar en persoonlijk een norm uitdragen. Politieagenten hebben een uniform aan en dat maakt hen onpersoonlijk, je weet wat je van ze krijgt dus je relativeert hun boodschap makkelijker: ‘Jij wordt betaald met mijn belastinggeld’. Maar een persoonlijke inzet raakt mensen, het verandert hoe ze naar hun omgeving kijken: ‘Blijkbaar is respect en zorg de moeite waard’. Dat maakt het moeilijker om die ambtenaar die zich er voor inzet, te bedreigen. Hij is dan eigenlijk een van ons.

Justice in Practice brengt gemeenten, politie, organisaties en burgers bij elkaar en laat hen gezamenlijk optrekken om abstracte zaken als rechtstaat, zorg en buurtgevoel invulling te geven. In vier fasen – Relatie opbouwen, Rollen verdelen, Elkaars snelheid vinden en een Cyclus opbouwen – helpen we gemeenten een structuur ontwikkelen die diep in de samenleving weerklank vindt bij krachtige, redzame en hulpvaardige mensen.

Niet het einde van problemen, wel het begin van nieuwe oplossingen.