This web page requires JavaScript to be enabled.

JavaScript is an object-oriented computer programming language commonly used to create interactive effects within web browsers.

How to enable JavaScript?

9 Zoekresultaten voor: ""

Just citizen research

Citizen Crime Control is sharing its first legal brief on national legislation regarding powers for gathering information to uphold the law and protect the vulnerable. The Netherlands hosts a few active citizen research persons. Some of them have expressed interest in receiving more guidance for successful case management to control crime and protect children. Here’s to all of you!

JUST CITIZEN RESEARCH

Wat kan je als burger doen in de opsporing?

Een burger die geen politieagent is mag zelf onderzoek doen naar zaken waar hij misdaad vermoedt. Na de zomer komt de juridische analyse ‘Verantwoord burgeronderzoek’ uit tijdens de cybersecurity week van the Hague Security Delta. Voor bezorgde ouders en mensen die de wereld een klein beetje beter willen maken. Samen met de miljoenen andere computergebruikers.

 

Eigenrichting

Dat de politie aangaf niets te kunnen met de melding die hij deed over mogelijke achtervolging van zijn dochter vond Johan onterecht. Maar toen de Brabantse vader er achter kwam dat het leuke 19-jarige Facebook contact die het op zijn jonge dochter gemunt had, een 48 jarige tbs’er en bekende pedofiel was, werd hij bezorgd en boos. Hij verzamelde meer informatie terwijl hij de politie bleef berichten met zorgelijke meldingen. Toen Johan een signaal kreeg over de locatie van zijn subject, verzocht hij de politie om in te grijpen omdat hij het anders zelf zou doen. De politie greep niet in, maar pakte Johan wel op toen deze een paar harde klappen had verkocht aan de degene die zijn dochter wilde. Eigenrichting, oordeelde het OM, en strafte Johan. Later volgde ook een straf voor de oud-tbs’er, voor huisvredebreuk. Wat had Johan kunnen doen om zijn zorgen goed te onderbouwen en de politie in actie te krijgen?

 

Rechtvaardigheid

Opsporing is een domein van de staat, dat wil zeggen dat de staat exclusief bevoegd is om – desnoods met gebruik van wapens – verdachten te onderzoeken en hen te straffen. Maar het is een misvatting dat mensen die geen opsporingsambtenaar zijn daar niet aan kunnen bijdragen. Sterker nog, zonder burgers zouden ongeveer 85% van de misdaden niet opgelost worden. Het verschil met de opsporingsambtenaar is dat een burger wel gegevens mag verzamelen, maar niet straffen. Vader Johan deed niets verkeerd door informatie te verzamelen, maar wel door de verdachte te straffen.

 

Voor Johan stond vast dat zijn dochter bedreigd werd door een oud-tbs’er en het feit dat de politie hier niets tegen deed vond hij onacceptabel. Uit onderzoek blijkt dat mensen het niet accepteren als ze menen te weten dat iemand iets ernstigs heeft misdaan zonder dat die daarvoor gestraft is. Ze accepteren dan makkelijker dat men het recht in eigen hand neemt om zo iemand zelf te straffen, ook al weet men dat het niet mag. Johan had ook veel steunbetuigingen gehad toen hij de man die zijn dochter begeerde in elkaar had geslagen. En zo gaat het bij alle ernstige en onbestrafte criminaliteit: als de overheid niets doet ervaart dat men als een onacceptabel onrecht waartegen eigenrichting acceptabel is.

 

Het verandert als de dader is gestraft, in dit geval niet zwaar, maar wel met een erkenning en een repressaille voor de overtreding. Daarmee, blijkt ook uit onderzoek, daalt ook de acceptatie om deze man zelf te straffen. Een straf van de overheid, elke straf, vermindert de acceptatie van eigenrichting. Eigenrichting is een reactie op een ervaren gevoel van onrecht dat mensen accepteren als de staat niets doet. Wat beter dan, dan mensen uitnodigen zelf bij te dragen aan recht met burgeronderzoek? Het verbetert de respons op criminaliteit en vermindert eigenrichting.

 

Burgerbevoegdheden in het internettijdperk

Veel frustratie komt voort uit de wetenschap dat onschuldige mensen slachtoffer worden van criminelen, die hiervoor niet gestraft worden. Vooral als het kinderuitbuiting betreft, is het voor velen onacceptabel. Wanneer je vermoedens hebt, zoals Johan hierboven, buiten heterdaad, kan het lonen om meer informatie te verzamelen over iemand. Uit de inventarisatie blijkt dat je een recht hebt op informatieverzameling die uitstrekt tot onder andere het volgen van iemand, navraag doen, gesprekken opnemen, sociale media nagaan en compters betrokken zijn bij een mogelijke misdaad, hierop inbreken. Dat zijn verstrekkende bevoegdheden, sommige van de bevoegdheden reiken verder dan wat de politie mag doen, zeker als ze dit zonder tussenkomst van een officier van Justitie of rechter gaat. Wanneer je iemand op heterdaad betrapt op een misdaad, ben je bevoegd een burgerarrest te doen, iemand vasthouden tot de politie komt.

 

In deze tijd is veel criminaliteit online, waarbij persoonlijk materiaal wordt gepubliceerd of verkocht. Denk aan kinderporno maar ook andere (zeer) persoonlijke gegevens. Bevoegdheden voor het bestrijden van online criminaliteit zijn minder uitgekristalliseerd, echter. Iemand ‘volgen’ op internet betekent al snel inbreken op een beveiligde verbinding. Gegevens van internet over iemand verzamelen staat vrij zolang het min of meer vrijelijk toegankelijk is (zoals Facebook) maar van iemands computer? Dat is al snel diefstal.

 

Online burgerarrest

Maar het juridisch systeem in Nederland – en de meeste andere Westerse landen – is zo ingericht dat voor het bewijzen van ernstige criminaliteit, dit soort gegevens verzamelen wél legitiem is. Het is niet een inbreuk op iemand’s privacy om zijn computer in te breken als je daarmee kan aantonen dat hij iets heel ernstigs had gedaan. In Nederlandse jurisprudentie zijn enkele gevallen bekend. Zo zijn een aantal grote misstanden aan het licht gekomen, bijvoorbeeld dat de beveiliging van computersystemen met zeer gevoelig materiaal, zo lek was als een mandje.

 

Een interessant gevolg is wat wij de ‘online burgerarrest’ zijn gaan noemen. Dat is een situatie waar je inbreekt op iemands computer en deze met een stukje malware onklaar maakt totdat de politie is gearriveerd om onderzoek te doen naar de situatie. Uit het onderzoek dat we hebben gedaan blijkt ons dat het mag. Waardoor we als burgers ook online misdaad kunnen monitoren en kunnen ingrijpen als nodig.

 

De mogelijkheden hiervan zijn interessant. We zijn met veel computergebruikers op de wereld. Dat is ook de reden dat computercriminaliteit zo’n vlucht neemt. Zo’n vlucht dat de politie er hopeloos bij achterblijft. Wij ontwikkelen een juridisch onderbouwd systeem dat mensen over de hele wereld aan bepaalde online dossiers, bijvoorbeeld van personen die bekend zijn als uploaders van kinderpornoplaatjes. Zodra iemand kan achterhalen waar vandaan deze plaatjes worden geüpload, kunnen we die computer bevriezen en de politie inlichten. Want iedereen heeft buren, ook al zit je op internet in een anonieme mist, je bent nooit helemaal alleen. Het introduceren van serieuze sociale controle tegen deze ernstige misdaad zal onze wereld iets rechtvaardiger maken.

Woonoverlast en onveiligheid in de buurt: participatie helpt

Veel woningcorporaties kennen het: complexen waar woonoverlast, vervuiling en zelfs criminaliteit mensen een onbehaaglijk gevoel geven maar waar geen grip op te krijgen is. De problemen zijn onvoldoende ‘crimineel’ voor politie, te intimiderend voor bewoners en te diffuus voor straatcoaches. Toch moet er wat gebeuren. Zonder participatie van bewoners gebeurt er echter niet veel.

 

Een recent onderzoek wijst op de mogelijkheid om samen met bewoners, politie en gemeente een community op te richten die de positieve veiligheid vergroot en daarmee de overlast, criminaliteit en vervuiling indamt (zie ook pdf hieronder). Het concept Communities voor veiligheid is met succes in de gemeente Amsterdam bij enkele woningcorporaties getest met positieve resultaten. Woonoverlast vermindert, criminaliteitscijfers verbeteren en bewoners zijn weerbaarder.

 

Onveiligheidsgevoel zijn gezond als je er iets mee kan

Een gevoel van onveiligheid is gezond zolang het zich binnen een actieve gemeenschap afspeelt. Deelnemers aan een veiligheidscommunity praten met elkaar over incidenten en trends van onveiligheid die ze waarnemen. Dat geeft hen een gezond bewustzijn van de risico’s op het gebied van inbraak, overlast en andere criminaliteit. Het verrassende is dat uit het onderzoek blijkt dat de mensen die zich in een actieve gemeenschap onveilig voelen, dit omzetten in strategieën die aantoonbaar de veiligheid verhogen. Mensen die zich onveilig voelen zonder dat ze in een actieve gemeenschap zitten, trekken zich terug, wat de onveiligheid verhoogt. De overheid die zich inzet voor het vergroten van betrokken gemeenschappen krijgen een bonus, de overheden die dat onvoldoende doen, krijgen een malus van extra onveiligheid.

 

Participatie: gratis maar niet vrijblijvend

De trend tot meer participatie en redzaamheid lijkt dan in eerste instantie voor gemeenten en politie extra veiligheid zonder extra kosten op te leveren, gratis betekent niet vrijblijvend. Hoe je het ook wendt of keert, de gemeente én politie moeten aandacht besteden aan het activeren van positief veiligheidsgedrag, op basis van inzicht in de behoeft van de groep.

 

Het onderzoek heeft een serie interventies getoetst die leiden tot meer effectieve participatie. Voorlichting, de standaard interventie van politie en gemeenten, werkt vooral als dat gekoppeld wordt aan een handelingsperspectief met uitzicht op een effect. Het bellen van 1-1-2 is daar een voorbeeld van, maar participatie is een veel laagdrempeliger handelingsperspectief. Bovendien komt voorlichting veel beter aan als het via het kanaal van een betrokken gemeenschap komt, en niet via standaard flyers, filmpjes of buurtavonden. Voorlichting moet dus gekoppeld worden aan een vraag en uitnodiging om gezamenlijk op te treden.

 

Participatie vraagt om samenwerking en verbinding

Het activeren van bewoners kan alleen als gemeente, politie en organisaties als woningcorporaties samen werken. Dat komt omdat als de veiligheidspartners en belanghebbenden niet samenwerken, ze vooral elkaar aanwijzen als verantwoordelijken. Dat cirkeltje klinkt zo: “Onveiligheid? Daar is de politie toch van? Nee (zegt de politie), de gemeente moet preventieve maatregelen nemen! Nou (zegt de gemeente), de woningcorporatie moet investeren in beter hang- en sluitwerk!” Zo wijzen de partners naar elkaar en de bewoners haken af. Samenwerkende veiligheidspartners verschillen niet van opvatting dat ze allemaal een taak hebben, maar ze steunen elkaar in het volbrengen ervan om een integrale veiligheid tot stand te brengen. Uit het onderzoek bleek bijvoorbeeld dat een woningcorporatie die door de gemeente gesteund wordt bij het snoeien van bosjes voor beter zicht, makkelijker overgaat tot het verbeteren van de fysieke omgeving, waaronder het opschonen van het terrein en het verbeteren van het hang- en sluitwerk.

 

Bewoners hebben, tot slot, reële toegang tot veiligheidspartners nodig om inhoudelijke en concrete verbeteringen tot stand te brengen. Een gemeente die actieve bewoners verbindt aan beleidsmedewerkers om hun ideeën te helpen verwezenlijken, een politie die zich inzet om terugkoppeling te geven op meldingen zijn twee voorbeelden van reële toegang. Een gemeente, politie en woningcorporatie die zichzelf ‘al heel veel’ vindt doen en de bewoner doorverwijst naar een andere veiligheidspartner voor klachten kan dus een toename van overlast en onveiligheid in de wijk verwachten.

 

Weten hoe?

Communities opzetten is het werk van de toekomst. Beleid maken en binnen de eigen koker uitvoeren heeft zijn langste tijd gehad. Op het congres Veiligheid in de wijk geeft Justice in Practice samen met app-ontwikkelaar Veiligebuurt een workshop over het opbouwen van communities voor veiligheid, gebaseerd op wetenschappelijk bewezen inzichten. Meld je aan via de link en ontvang 10% korting! Of neem contact op voor een vrijblijvende afspraak.

20170801 Een overzichtelijk complex

 

 

Mythes in criminaliteit

Hercules_Lion

Criminaliteit en onraad houdt burgers en overheden bezig. Misschien te veel zo? Wat iedereen voor waar houdt kan ook net wat anders liggen.

1. De mythe van de parallelle samenleving
Volgens vooraanstaande misdaadbestrijders en -beschrijvers is er een parallelle criminele samenleving in Nederland. Deze parallelle samenleving is volledig zelf-regulerend en sturend, alleen op basis van normen waar brave burgers van gruwen: criminelen dekken elkaar en voorkomen problemen door intimidatie en omkoping van mensen met een maatschappelijke norm.
Het is hoogst waarschijnlijk waar dat dit de droom is van enkele criminelen maar er zijn maar zeer weinig mensen zijn die zich crimineel gedragen, laat staan dat ze anderen meekrijgen. Die groepen staan elkaar naar het leven en maar een klein deel is succesvol crimineel. Die parallelle samenleving bestaat uit een handjevol individuen met een grote mond en beproefde intimidatiepraktijken, zoals de suggestie dat ze met velen zijn.
De succesvolle criminelen zitten soms bij elkaar in de buurt, maar we moeten niet vergeten dat ook in die buurten de normale mensen talrijker zijn, een echte silent majority. Deze stille groep kan – en wil niets liever – worden benaderd voor co-creatie van laagdrempelige signaleringsinitiatieven die hun invloed groter maakt en de positie van de gewenste sociale norm meer inbedding geeft.

2. De mythe van capaciteit
Van cybercrime tot ondermijnende criminaliteit. Er zijn meer capaciteit en geld nodig om echt een vuist te maken. Rapport na rapport spreekt over ‘meer investeren’, radicalisering tot fraudebestrijding en woninginbraak. Dit zijn allemaal rapporten die het onderwerp ‘opsporing’ of andere overheidsactiviteit betreffen. Er is geen enkele private instantie die pakweg €300.000 over heeft om een rapport te laten schrijven dat in één middag brainstormen met ervaringsdeskundigen veel concreter en beter verwoord had kunnen worden. En waar gaan die investeringen naartoe? Naar overheidsorganen.
De effectiviteit van recherche en inspectie is klein, in vergelijking met heterdaad. Alles wat wordt geïnvesteerd in vergroting van heterdaadkracht betaalt zich ruimschoots terug, terwijl recherche een buitengewoon kostbare activiteit is.

3. De mythe van expertise
‘Dit kunt u echt niet,’ staat denkbeeldig rondom ieder aanbod van particuliere veiligheid en beschrijving van overheidsdienst. Er wordt minimaal geïnvesteerd in voorlichting en redzaamheid van de bevolking tegen allerlei vormen van criminaliteit. En dat is vreemd, omdat diensten van de overheid en particuliere bedrijven met een aantal basale vaardigheden op het gebied van signaleren en melden, een schier oneindige capaciteit nodig lijken te hebben. Met uniformen en certificaten wordt de afstand tussen gewone mensen en beveiligers van politie en particulieren gemaximaliseerd.
Maar er is geen twijfel aan: uw gerichte en actieve oplettendheid is veruit de meest effectieve maatregel tegen misdaad. Voorlichting helpt enorm bij het filteren van meldenswaardig gedrag van legitiem gedrag. Mensen die (bijvoorbeeld door een wijkagent) zijn voorgelicht blijken meer relevante signalen door te geven aan de politie.
Hoe meer politie en andere diensten zich organiseren op expertise, hoe meer intern gericht de werkzaamheden. Er moet in alle kennisontwikkeling bij de politie een minstens zo uitgebreide inzet op distributie en communicatie zijn.

4. Mythe van de alwetendheid
Een valkuil in de beheersing van een fenomeen is de illusie hoog houden dat je het fenomeen de baas bent: de ‘In mijn dienst/gemeente gebeurt dat niet’ mythe. Daar zit ook de boodschap in naar criminelen: probeer het hier maar niet. En dat heeft een waarde. Controle is ook een belangrijke motivator. Maar controle blijkt nu juist niet bij een individu of dienst te kunnen liggen. Er zijn bergen informatie beschikbaar bij politie, justitie, gemeenten en inlichtingendiensten. Maar daar gebeurt heel weinig mee, weet ik uit mijn ervaring bij de financiële inlichtingendienst. Keuzes over het doen van onderzoeken ontstaan pas als er tips van buiten naar binnen vloeien over een dreiging. Juist de erkenning dat goedwillende mensen heel veel bij kunnen dragen aan keuzes in opsporing en preventie kan een impuls geven aan de veiligheid en het recht.

De oplettende lezer ziet dat ik in deze mythes niets anders doe dan de logica van veiligheidsorganisaties beschrijven en veralgemeniseren. Veiligheidsorganisaties moeten een serieus veiligheidsprobleem waar alleen zij bevoegd en capabel voor zijn om het aan te pakken en waarin heel veel geïnvesteerd moet worden. Die route is maar beperkt vruchtbaar omdat criminaliteitsbestrijding begint bij het vaststellen en uitdragen van een sociale norm dat de mensen goed doen voor elkaar zodat de afwijking opvalt en slecht valt. Daar heb je grote groepen mensen voor nodig – politie, gemeente, maar ook scholen, woningbouwcorporaties, winkeliers en bewoners. Een ontmythologisering van het veiligheidsvak zal daarom niet leiden tot een naakte keizer, maar een effectieve gemeenschappelijke aanpak.

Weten hoe? Kom het horen, zien en beleven tijdens de bijeenkomst over New Public Governance in de veiligheid op 7 september aanstaande.

Tijd over door goed veiligheidsbeleid? Het kan met Communities voor veiligheid.

Een van de meest gehoorde klachten van mensen in veiligheid is dat ze zo onvoorspelbaar en onuitputtelijk veel werk hebben, waardoor ze eigenlijk altijd druk zijn. Er zijn incidenten, daar moet je iets mee om te managen, dan moet je uitzoeken en invoeren hoe het in het vervolg te voorkomen, maar dan gebeurt er weer iets anders. Zo hol je altijd achter de feiten aan!

De kern van dat probleem is niet dat je onvoorspelbaar en onuitputtelijk veel werk hebt, maar de gedachte dat jij het werk moet doen, de problemen moet begrijpen en de oplossingen moet aandragen en coördineren. Jij bent niet in staat om eerst de realiteit te behappen en vervolgens ook nog eens binnen een bepaalde tijd te handelen. Als je dat probeert kun je op z’n best een heel oppervlakkige analyse maken waar je op z’n meest een standaard oplossing op kunt loslaten. Dat, of je moet ontzettend veel werk doen in een heel korte tijd. Je focus moet veranderen naar de sociale context waarin de incidenten konden plaatsvinden.

Voorbeeld
Er was een nare verkrachting van een vrouw in het gebied waar ik werkte. Na de directe afhandeling – ter plaatse komen, slachtoffer verzorgen en wanneer mogelijk horen – ontstond er een gigantische papiermachine om informatie te verzamelen en te ordenen over het omgaan met de gevolgen voor de buurt en het voorkomen van een herhaling. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat er niet veel was dat we konden doen. Het was op zich niet een heel onveilig gebied waar veel extra maatregelen uit ons pakket konden worden genomen. Het enige dat we konden doen is praten met mensen en hen vragen wat we nog meer konden doen.

Praktijk
Althans, dat dachten we. Want we gingen niet alleen vragen wat wij konden doen, maar we gingen ook vragen wat zij konden doen. We gingen structuren aanbieden om dingen te ondernemen, we stimuleerden de relatie tussen bewoners onderling, voor zover we konden, en tussen de overheid en bewoners. We zagen dat deze sociale processen bewoners gestructureerd laat nadenken over veiligheidsrisico’s en wat ze er tegen konden doen. Dat terwijl ze leerden vertrouwen op de gezamenlijke normen rondom veiligheid en deze actiever gingen uitdragen. De politie gaf aan positief verrast te zijn met de voortgang en bewoners gingen zelf sociale en technische innovaties ontwikkelen om de sociale veiligheid in de buurt te vergroten. Zaken die we al jaren graag wilden, maar door uitputting nooit tot stand waren gekomen.

IMG_0901 2IMG_0910 3

De apps hierboven zijn van politie, die verrast zijn door de voortgang op het terrein, veel meer dan verwacht; en van een bewoner, die samen met anderen is gaan innoveren om inbraak te bemoeilijken.

Communities in Practice2017-04-13-PHOTO-00000012
De foto hiernaast is het terrein waarvan de al eerder genoemde politie aanvankelijk vond dat er een grote berg rommel lag. Later bleek dit door de bewoners zelf verzameld te zijn om een eigen Biergarten te bouwen van afvalhout, met het zichtbare resultaat.

We moesten eerst erkennen dat we tekort waren geschoten in ons optreden. Niet doordat we niets deden, maar doordat wij alles wilden doen en bewoners niet voldoende in hadden gezet om binnen hun eigen mogelijkheden zich te beschermen. Daarmee waren we heel druk geweest terwijl we maar een fractie van de mogelijke maatregelen konden nemen. Bewoners geven het optreden van veiligheidspartners vleugels. In het oplossen van criminaliteit geldt de vuistregel dat ruim 80% van de criminaliteit opgelost wordt door burgers. In het voorkomen van criminaliteit geldt dat invoeren van elke vorm van sociale controle de criminaliteit met tientallen procenten reduceert.

Bewoners geven het optreden van veiligheidspartners vleugels

Het veranderen van de focus van veiligheid naar het oplossen van specifieke problemen (en hun nasleep) naar het focussen op het ontbreken van sociale structuren die onveiligheid ruimte geven, bespaart in eerste instantie heel veel tijd. Criminaliteit wordt veel sneller afgeweerd en opgelost en de nasleep wordt veel sneller en vollediger opgevangen door hechte communities.

En dan hebben we eindelijk tijd om een kop koffie te drinken en het te hebben over het nut van het actief opzetten van communities.

Een andere sociale norm met Communities

Het artikel in NRC liegt er niet om: als ambtenaar die het recht toepast voel je je soms stevig onder druk gezet van ‘mensen met een andere norm’. Een belangrijke functie van gemeenten is het veranderen van de sociale norm, maar hoe werkt dat?

Normen zijn groepsproducten en hoe groter de groep met een bepaalde norm, hoe hoger de druk is om je daar aan aan passen. Een ambtenaar die in een criminele groep helpt bestrijden weet natuurlijk dat er een gemeente en politieapparaat achter hem staat, maar hij is makkelijk onder druk te zetten omdat hij weinig zichtbare medestanders heeft voor de bedreiger. Makkelijker althans, dan iemand die zichtbaar gesteund wordt door mensen die ook criminelen kennen, zoals mensen die in zijn buurt wonen, de huismeester die bij hem kleine reparaties uitvoert of de straatveger die een kopje koffie drinkt bij dezelfde broodjeszaak als hij.

Communities voor veiligheid ontlenen hun kracht aan het feit dat mensen zichtbaar en persoonlijk een norm uitdragen. Politieagenten hebben een uniform aan en dat maakt hen onpersoonlijk, je weet wat je van ze krijgt dus je relativeert hun boodschap makkelijker: ‘Jij wordt betaald met mijn belastinggeld’. Maar een persoonlijke inzet raakt mensen, het verandert hoe ze naar hun omgeving kijken: ‘Blijkbaar is respect en zorg de moeite waard’. Dat maakt het moeilijker om die ambtenaar die zich er voor inzet, te bedreigen. Hij is dan eigenlijk een van ons.

Justice in Practice brengt gemeenten, politie, organisaties en burgers bij elkaar en laat hen gezamenlijk optrekken om abstracte zaken als rechtstaat, zorg en buurtgevoel invulling te geven. In vier fasen – Relatie opbouwen, Rollen verdelen, Elkaars snelheid vinden en een Cyclus opbouwen – helpen we gemeenten een structuur ontwikkelen die diep in de samenleving weerklank vindt bij krachtige, redzame en hulpvaardige mensen.

Niet het einde van problemen, wel het begin van nieuwe oplossingen.

 

What we can learn from the USA about community forming

As a Dutchman with parents who’ve lived in the USA for an extended period, I’ve a good comparison between two countries known for their – albeit quite different – social nature. The Dutch are known to give more to charity than almost any other people. But the Americans are more likely to donate their time in helping strangers. How does this translate into real-life opportunities to build a community that noticeably makes your world a better place? How does giving time have more impact than giving money?

I visited my parents – father and stepmother to be precise – and questioned them about their organising of a balloon festival in the town where they’ve lived. How did they do it?

Yes, my father was the ‘best person’ someone with a vision and a drive. Yes, they had sufficient contacts to help them connect to government, charities and sponsors.

What I found different is the density of volunteering organisations they were able to involve without much ado. That means physical presence and work for a wide spectrum of charitable and noble goals that can be requested. That is something different from going door-to-door and receiving money for these same goals. It underlines the often observed fact that in places of dire need, non-governmental organisations provide infrastructure for organisating all sorts of activities. In Lake Havasu City, the need is not dire but the motivation is great. Thus they were able to realise this great event, making perfect use of the clear skies, beautiful London Bridge over a river running through the desert and the curiosity of residents in the environment to visit cultural activities.

The lesson is that financial gifts are welcome and flexibly usable, but people willing to exert their time and effort to improve their immediate surroundings make real differences in the real world. They organise parties, neighborhood watch, neighbors caring for each other and a host of other activities that add to our shared happines.

Just think how happy this would make you if it happened in your home town:

167291_1598791138954_1511306012_31495050_5969526_n

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

And this great guy organises an event for over 20,000 people and is happy with recognition as a reward! Making volunteering part of everyday life really adds to its quality. Donations are still essential, but they will not have any impact without the infrastructure of volunteers to realise real-life activities.

Being thankful for all the work and community-engagement! And thanks for being part of the inspiration to the upcoming activity in The Hague, Netherlands, on community building for a caring neighborhood!

 

IMG_2005

Getekend voor het leven

Getekend voor het leven

Communties voor veiligheid in de aanpak van huiselijk geweld

 

Huiselijk geweld in Nederland
Huiselijk geweld komt helaas nog te vaak voor. Naast de acute schade heeft het ook ernstige gevolgen voor de slachtoffers in hun verdere leven. Zo zijn drugs- en alcoholproblemen, emotionele en gedragsproblemen, PTSS (Post Traumatisch Stress Syndroom) en zelfs suïcide geen uitzonderingen. In Nederland worden jaarlijks naar schatting ten minste 200.000 mensen het slachtoffer van evident huiselijk geweld waarvan er jaarlijks gemiddeld 50 komen te overlijden. Het kent verschillende verschijningsvormen waaronder kindermishandeling, ouderenmishandeling, seksueel geweld, maar ook verbaal geweld en het volgen en in de gaten houden van het slachtoffer.

 
Een wereldwijd onderzoek
Huiselijk geweld is zowel dodelijker als duurder dan oorlog, blijkt uit een wereldwijde studie naar ‘domestic violence’ door Fearon & Hoeffler (2014). De onderzoekers van de universiteiten Standford en Oxford schatten dat er wereldwijd jaarlijks $9.5 biljoen (9.5 trillion) schade wordt geleden door het verlies van economische uitkomsten ten gevolge van huiselijk geweld, met name tegen vrouwen en kinderen. Terwijl oorlogen naar schatting jaarlijks $170 miljard (170 billion) kosten. Daarnaast geven zij aan dat er negen mensen omkomen aan huiselijk geweld tegenover een dode door oorlog. Huiselijk geweld is daarmee negen keer zo dodelijk en vele malen kostbaarder dan oorlogen.

 
De aanpak van huiselijk geweld
De aanpak van huiselijk geweld in Nederland is sinds een aantal jaren gedecentraliseerd (Movisie, 2013). Het heeft een rol gekregen in de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (2015) en daarmee is ook de jeugdzorg een gemeentelijke aangelegenheid geworden. Hoewel nog steeds Europees en nationaal beleid bestaat op de aanpak van huiselijk geweld, zijn de gemeenten aan zet om in lokaal en regionaal verband deze aanpak vorm te geven en uit te voeren (VNG, 2017). Op 1 januari 2015 is het programma ‘Een veilig thuis’ van start gegaan. Een fusie van het Advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK) en het Steunpunt huiselijk geweld (SHG). De uitvoeringsbevoegdheden zijn beschreven in de WMO en zijn vormgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In Nederland zijn 26 regio’s geformeerd met een eigen Veilig Thuis organisatie. Veilig Thuis geeft advies en deskundige hulp voor slachtoffers, daders, omstanders en professionals (Veilig Thuis, 2017). Het zijn bovenlokale organisaties die worden gefinancierd vanuit gemeenten.

 

Proportioneel veiligheidsbeleid – Wat is jouw leven waard?
In Nederland wordt door zorgverzekeringen een mensenleven gewaardeerd op €6.000.000. Gemiddeld is de levensverwachting in Nederland ongeveer 80 jaar. Dat betekent dat ieder levensjaar een waarde heeft van €75.000. In het kader van veiligheidsbeleid worden deze waardes berekend om te bezien of veiligheidsbeleid proportioneel is en niet teveel berust op symboliek. Voorbeeld: als veiligheidsbeleid ervoor zorgt dat iemand van 70 jaar oud, niet komt te overleiden door bijvoorbeeld asbest en hij wordt gewoon 80 jaar oud. Dan heeft dat beleid 10 gezonde levensjaren gewonnen voor een persoon en mag dat volgens de berekening €750.000 kosten.
Op basis van deze formules is in een maatschappelijke kosten- en batenanalyse berekend hoeveel proportioneel beleid rondom de aanpak van huiselijk geweld mag kosten. Conclusie; €150 miljard! Dat is weliswaar bij een reductie van 100% van de slachtoffers. We kunnen dus stellen dat wanneer we slechts 1% reductie zouden kunnen behalen, wat dus €1,5 miljard per jaar mag kosten, dat niet snel disproportioneel zal zijn.

 
Maatschappelijke impact
Het zijn van getuige of slachtoffer van huiselijk geweld in de kindertijd is een significante voorspeller van crimineel gedrag in een latere levensfase (Nieuwenhuis, 2008). Het is een probleem wat kennelijk in generaties door wordt gegeven binnen een vicieuze cirkel. Als men de schakel zou breken, levert dat niet alleen direct resultaat op maar ook voor toekomstige generaties. Dat betekent dat wanneer we als maatschappij de bron van allerlei problematiek (criminaliteit, verslavingen, overgewicht, burn-out en suïcide) willen aanpakken, we onze pijlen moeten gaan richten op de aanpak van huiselijk geweld.

 
Effectief veiligheidsbeleid
Dan de vraag; wat is nou een effectieve aanpak? ‘De overheid’ kan niet zomaar bij mensen achter de deur komen. Dat is bij Grondwet vastgelegd. Ook het signaleren van bijvoorbeeld kindermishandeling door overheidsorganisaties is lastig. Informele controle lijkt hierin een grote kans. Buren hebben vaak snel in de gaten wanneer er iets niet klopt binnen een huishouden. Geluiden van ruzie, zichtbaar letsel of andersoortige signalen kunnen binnen een buurt snel opvallen. Deze signalen kunnen gemeld worden bij instanties, gemeenten, politie of een Veilig Thuis. Echter wanneer de buurt met elkaar verbonden is, wanneer er sociale cohesie bestaat, kunnen de signalen redzame burgers aansporen om elkaar te helpen.

 
Communities voor veiligheid biedt kansen. Kansen om als buurt te verbinden met elkaar, met de wijkagent en met ambtenaren van de gemeente. Als een signaal van huiselijk geweld door kortere lijnen met veiligheidsprofessionals, eerder tot een melding resulteert en er daarmee voor zorgt dat instanties eerder op de hoogte zijn van de situatie, levert dat een potentieel positieve bijdrage aan de veiligheidssituatie.

 
“Is het als Nederlandse burger niet onze morele plicht om een situatie van mogelijke kindermishandeling te melden? Ieder mishandeld kind is er een teveel toch?”

 
Meer lezen over deze maatschappelijke kosten- batenanalyse of heb je een vraag of opmerking? Mail het naar klaas@justiceinpractice.nl

 

  Klaas Litjens
Junior adviseur veiligheid bij Justice In Practice
klaas@justiceinpractice.nl

Mee doen of zelf doen?

Mee doen of zelf doen?

 

Waarom krijgen communities van zelfredzame en actieve bewoners geen politiek mandaat?

 

Actueel

In een dorp nabij Amsterdam is de politiekracht teruggebracht tot 1 agent, terwijl het onder de rook van Amsterdam toch echt te maken heeft met grootstedelijke problemen. Het handhavingstekort wordt deels opgevangen door mensen uit de wijk. Ze vormen WhatsApp groepen, buurtwachten en organiseren cursussen signaleren van verdacht gedrag.

 

Hoe vanzelfsprekend dat tegenwoordig ook klinkt en hoe veel ze ook bijdragen aan (het gevoel van) veiligheid, tijdens de verkiezingen kunnen zij geen mandaat halen. Zij blijven afhankelijk van politici voor steun, politiek en financieel. Politici praten er enkel over – een proces van beleidsvoorbereiding, vergaderen, stemmen en implementatie dat zo een jaar in beslag kan nemen. De toegevoegde waarde van politici aan het in beweging krijgen van mensen en een inhoudelijke sturing is zeer gering. Wat voegt hun verkiezing toe aan dit stuk veiligheid?

 

Kat-en-muisspel

In een grote stad bedankt de burgemeester voor het initiatief uit de buurt om nauwer samen te werken met politie voor het terugdringen van dealers in hun buurt en spendeert veertigduizend euro per maand voor het inhuren van een particulier beveiligingsbedrijf. De beveiligers spelen een tijd kat en muis met de dealers, die zich beter gaan verstoppen. Toch blijft de buurt een smoezelige indruk bieden omdat beveiligers geen sfeer maken en bewoners en ondernemers nog altijd geen verantwoordelijkheid nemen voor de wijk. Had dit geld niet beter besteed kunnen worden aan iets anders en energie gestopt in het verenigen van goedwillende ondernemers en burgers?

 

Andermans geld geeft makkelijk uit

Initiatieven gelanceerd binnen communities vormen een groot contrast met veel aanbod dat we nu kennen. Bij professioneel aanbod tellen geld en minuten in de praktijk meer dan welzijn. Niemand is blind voor de voordelen van de professionalisering, maar er is steeds meer oog voor de kracht van persoonlijke netwerken, vooral nu dat professionele aanbod steeds moeilijker te betalen is. De ontevredenheid met het aanbod slaat terug op politici, die volledig verantwoordelijk zijn voor zowel het innen van belasting voor deze diensten als het aanbod. Een nadeel van de oplossing van problemen door de staat is dat wij wel betalen en investeren in de oplossing, maar de oplossing vrijwel unaniem als ontoereikend beschouwen.

 

Het heft in eigen hand

Alle politieke partijen verwelkomen mede daarom de trend van zelfredzaamheid, zij het dat men soms klaagt dat het allemaal door de bezuinigingen komt. Maar politici zijn niet nodig voor deze vorm van zelfredzaamheid. Hoe je het ook framed, als bezuinigingen of ideologie van de verpersoonlijking van de verzorging, politici moeten een stap terug doen op terreinen waar bewoners meer zelf organiseren. En dat is op veel gebieden. In plaats van middelen en energie naar de verkiezing van politici waar stemgerechtigden toch weinig fiducie in hebben, kunnen we een deel van deze energie en middelen beter richten op het ontwikkelen van communities die signaleren en zorgen.

 

Civiele verantwoording

In gebieden waar bewoners succesvolle initiatieven hebben opgericht kan je de buurt meer armslag geven bij financiële ondersteuning aan het runnen van deze projecten: daarvan kun je zeggen dat de politiek daar geen plaats meer heeft. In plaats van een leger aan ambtenaren voor allerlei hulpverleners, een aantal actieve personen in de wijk die voor raad en daad kunnen spreken met een ambtenaar die hen ook bijstaat in het beheren van de gelden. Thema’s die behandeld zijn door bewoners worden dan van de politieke agenda gehaald. Zo maak je een einde aan het gemak waarmee politici resultaten claimen voor activiteiten waar zij zelf niet of nauwelijks aan hebben bijgedragen.

 

Wie betaalt, die bepaalt

Het is ironisch dat de praktijk nu is dat de politiek ‘gaat’ over de gelden die beschikbaar zijn om bewoners iets zelf te laten doen. Tegelijkertijd is er ook voor kleine projecten wel geld nodig dat niet altijd door bewoners gedragen kan worden. Het is dan niet meer dan logisch dat bewoners geld ‘potten’ om iets te realiseren, maar het is ook rechtvaardig dat deze investeringen worden terugbetaald uit belastingen. Als opmaat voor het verlagen van de belastingen voor de portie ‘zelfredzaamheid’ die burgers opbrengen. Als opmaat, bovendien, naar het verkleinen van het mandaat van politici.

 

Verkiezingen

De prilheid van de initiatieven waarover ik spreek en die in de rest van het land – en delen van de wereld – opkomen maakt het te vroeg voor de drastische consequentie om het politieke systeem om te gooien. Toch moeten we bij deze verkiezing constateren dat er inmiddels veel redenen zijn om meer zelf te doen en meer ruimte terug te eisen van het politieke mandaat.

 

De keuze is dus: we kiezen politici die volledig verantwoordelijk zijn voor een niveau van zorg maar dat niet waar kunnen maken, of we sluiten ons aan bij initiatieven die een lagere garantie bieden voor achterblijvers maar die wel precies aansluiten bij wat we zelf willen. Hoe sterker deze initiatieven, hoe groter onze vrijheid om onze wereld vorm te geven zoals we dat zelf het liefst zien.