This web page requires JavaScript to be enabled.

JavaScript is an object-oriented computer programming language commonly used to create interactive effects within web browsers.

How to enable JavaScript?

19 Zoekresultaten voor: ""

Privacy als excuus om niet samen te werken

Het begrip ondermijnende criminaliteit is nog steeds een begrip wat zich lastig laat definiëren. Per definitie is alle criminaliteit ondermijnend. Toch is er een verschil tussen georganiseerde criminaliteit en ondermijnende criminaliteit. Immers, alle georganiseerde criminaliteit is ondermijnend maar niet alle ondermijnende criminaliteit heeft een georganiseerd karakter. Zelfs professoren, docenten en burgemeesters blijken niet eenzelfde definitie te hanteren (HP De Tijd, 2017). Persoonlijk vind ik dit nog al gek. We zijn met zijn allen bezig om ondermijnende criminaliteit aan te pakken, maar waar we het dan precies over hebben is niet helder gedefinieerd.

Vervolgens kijken we naar de aanpak van ondermijning. Veelvuldig wordt aangegeven dat waar actoren in de aanpak meer moeten gaan samenwerken in een integraal karakter, er grote uitdagingen liggen ten aanzien van informatiedeling, privacy en gevaar voor het lekken van informatie. De integrale aanpak is naar mijn idee al een historisch concept, wat al jaren het uitgangspunt is, maar wat nog steeds niet goed geïmplementeerd lijkt te zijn. Is het dan echt zo dat onze wetgeving het ons moeilijk maakt om in integraal verband informatie te delen en daarmee een succesvolle aanpak mogelijk te maken? Ik denk het niet. Huidige wetgeving geeft juist heel veel mogelijkheden om informatie te delen. Actoren binnen de samenwerking hoeven echt niet alle informatie te hebben over Jantje of Pietje. Ze hoeven alleen maar een vlaggetje te krijgen van een politie of belastingdienst dat ze moeten opletten, meer niet. Toen ik voor recent onderzoek de burgemeester van Veldhoven interviewde, gaf hij aan dat dat gewoon mag. Dat privacy en informatie-uitwisseling nog te vaak als argument wordt gebruikt om niet te hoeven samenwerken. Nee, ik denk niet dat de wetgeving omtrent informatiedeling de bottleneck is voor een succesvolle integrale aanpak.

De staande organisaties zijn naar mijns inziens nog niet goed ingericht voor samenwerking. De organisaties werken primair aan de realisatie van hun eigen organisatiedoelstellingen. Bij een integrale aanpak waarbij het grootste maatschappelijke effect centraal staat, kan het betekenen dat er gekozen wordt voor een bestuurlijke aanpak boven een strafrechtelijke aanpak. Successen zijn daarmee niet perse te verantwoorden binnen organisaties, zoals bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie. De manier van verantwoording afleggen en sturing binnen de organisaties vraagt van hun werknemers dat ze (meetbare) resultaten sorteren die ten goede komen aan de organisatiedoelstellingen. In een politiedebat pleit het hoofd van de Landelijke Recherche, Wilbert Paulissen, voor strengere straffen in Nederland voor ondermijnende criminelen. Hoofdofficier van Justitie, Fred Westerbeke, wil de inzet voor burgerinfiltranten, spijtoptanten, kroongetuigen en informatieverwerving in de bovenwereld laten onderzoeken (Politieacademie, 2017). Twee duidelijke voorbeelden van de focus op de eigen organisatiedoelstellingen. Echter, Els Prins (secretaris van het VNO NCW) komt wel met een pleidooi over een relevante kans die een samenwerking met brancheverenigingen kan bieden. Bedrijfscollectieven helpen namelijk graag een handje mee om rotte appels uit de branche weg te werken.

Albert van Wijk, lid van het college van procureurs-generaal dat het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie bepaalt, gaat op het congres Ondermijning en Georganiseerde Criminaliteit (20-09-2017) in op de rol van het Openbaar Ministerie in de aanpak van ondermijning. Hij geeft aan dat het Openbaar Ministerie haar taken graag zo inricht dat zij een hoge maatschappelijke impact bewerkstelligen maar dat zij dat niet zomaar mogen, aangezien zij verplicht zijn om alle criminele delictsvormen aan te pakken. Dat maakt ook dat het soms intern moeilijk te verantwoorden is, dat er binnen een integrale aanpak wordt afgezien van een strafrechtelijke aanpak. Zolang de organisaties alleen blijven sturen op de belangen van hun eigen postzegel, zal niet een maatschappelijke impact als primair doel bestaan en zal een integrale aanpak niet optimaal werken.

Om een succesvolle integrale samenwerking te bewerkstelligen, zullen we moeten leren omgaan met elkaars verschillen, begrip hebben voor elkaars belangen, voldoende middelen beschikbaar gesteld krijgen, elkaars taal leren spreken, informatie delen, nieuwe vormen van verantwoording ontwikkelen (rijker verantwoorden), maar vooral ook leren samenwerken. Om te leren hoe de organisaties beter ingericht kunnen worden om deze acties te realiseren, biedt de theorie van New Public Governance mooie kansen. Lees daarover meer in het ebook van Justice in Practice.

 

Klaas Litjens

Adviseur @ Justice in Practice

klaas@justiceinpractice.nl

Criminaliteit is het probleem niet meer

Naarmate de criminaliteitsbestrijding een prominentere rol aanneemt, gaat het steeds minder over criminaliteit. Het gaat steeds minder over criminaliteit. Een ander perspectief is nodig: criminaliteit is het probleem niet meer.

Er kunnen op dit moment drie vormen van criminaliteitsbestrijding worden onderscheiden: klassiek, multidisciplinair en participatief. De klassieke criminaliteitsbestrijding is met de klassieke partners in de lead, politie, openbaar ministerie en strafrechter. Multidisciplinaire bestrijding van criminaliteit is een samenwerking met veel professionele partners. Voorbeelden van deze aanpak zijn de RIECs, de ZSM aanpak, veiligheidshuizen en top-zoveel aanpak van steeds meer steden. Hier gaat het om fenomenen met enkele criminele kanten maar ook niet-criminele, zodat ook partijen die weinig tot niets met de aanpak van criminaliteit te maken hebben, zoals zorg en belastingdienst, betrokken zijn. De gemeente heeft een sterke rol in deze aanpakken, en ze krijgen meer het kenmerk van een overlast aanpak. Zelfs ondermijnende criminaliteit is vervelend omdat het de echte overheid in de weg zit, niet omdat alle ondermijnende activiteiten illegaal zijn. De participatieve criminaliteitsbestrijding betrekt veel professionele partners maar de nieuwe toevoeging hier is de vrijwillige burger. De burger is niet geïnteresseerd in of iets strafrechtelijk vervolgd kan of zelfs moet worden. De burger is bezig met een veilighe leefomgeving, woongenot en een bijdrage leveren vanuit een persoonlijke drijfveer.

In de eerste plaats kunnen we vaststellen dat de trend is naar een verhoudingsgewijs dalende inzet op het handhaven van het strafrecht. In de tweede plaats dat er op steeds bredere normen wordt gehandhaafd, met als voornaamste doel een impact hebben op belangen en wensen in de eigen leefomgeving.

De reden voor de verschuiving is telkens onvrede geweest over de impact van de klassieke partijen op de veiligheid. Zelfs nadat de piek in criminaliteit rond de eeuwwisseling bereikt was en er sprake was van stabilisatie en afname, bleef de onvrede. Analyses van gebrekkige invloed van de strafrechtelijke aanpak weze uit dat er met criminelen meer aan de hand is dan dat ze alleen crimineel zijn, dus moesten aspecten van zorg, financiën en de verhouding tot de omgeving steeds meer worden meegenomen.

De reactie van de politie en OM is om hier wat afhoudend mee om te gaan. Het OM laat weinig van zich zien in ZSM trajecten als het strafrechtelijk deel voorbij is, en dat geldt ook voor de veiligheidshuizen. De politie heeft nog altijd geen officieel standpunt over hoe om te gaan met whatsapp groepen. Zodra het buiten de kolom valt, is het niet meer relevant. Het is geen kerntaak meer, om met de politie te spreken. En daarmee luiden we de volgende golf van onvrede in en en volgende ontwikkeling in de criminaliteitsbestrijding.

Er is in de criminaliteitsbestrijding een transitie gaande met de kenmerkende patronen die er toe zullen leiden dat op korte termijn ook in de perceptie, het bestrijden van criminaliteit eigenlijk niet zo interessant meer is. Net zoals de iconische afbeelding bij dit verhaal: in de Vietnam-oorlog was het bestrijden van Communistische regimes het probleem niet meer. Het gaat om een maatschappij waar wij in willen leven. Aan alle partners in de veiligheidsketen vraag ik dan ook: hoe organiseren we dat en met wie? Wat betekent dit voor de positie en taken van de klassieke veiligheidspartners? Wat wordt het nieuwe model van veiligheid, als alle stof is neergedaald?

Mythes in criminaliteit

Hercules_Lion

Criminaliteit en onraad houdt burgers en overheden bezig. Misschien te veel zo? Wat iedereen voor waar houdt kan ook net wat anders liggen.

1. De mythe van de parallelle samenleving
Volgens vooraanstaande misdaadbestrijders en -beschrijvers is er een parallelle criminele samenleving in Nederland. Deze parallelle samenleving is volledig zelf-regulerend en sturend, alleen op basis van normen waar brave burgers van gruwen: criminelen dekken elkaar en voorkomen problemen door intimidatie en omkoping van mensen met een maatschappelijke norm.
Het is hoogst waarschijnlijk waar dat dit de droom is van enkele criminelen maar er zijn maar zeer weinig mensen zijn die zich crimineel gedragen, laat staan dat ze anderen meekrijgen. Die groepen staan elkaar naar het leven en maar een klein deel is succesvol crimineel. Die parallelle samenleving bestaat uit een handjevol individuen met een grote mond en beproefde intimidatiepraktijken, zoals de suggestie dat ze met velen zijn.
De succesvolle criminelen zitten soms bij elkaar in de buurt, maar we moeten niet vergeten dat ook in die buurten de normale mensen talrijker zijn, een echte silent majority. Deze stille groep kan – en wil niets liever – worden benaderd voor co-creatie van laagdrempelige signaleringsinitiatieven die hun invloed groter maakt en de positie van de gewenste sociale norm meer inbedding geeft.

2. De mythe van capaciteit
Van cybercrime tot ondermijnende criminaliteit. Er zijn meer capaciteit en geld nodig om echt een vuist te maken. Rapport na rapport spreekt over ‘meer investeren’, radicalisering tot fraudebestrijding en woninginbraak. Dit zijn allemaal rapporten die het onderwerp ‘opsporing’ of andere overheidsactiviteit betreffen. Er is geen enkele private instantie die pakweg €300.000 over heeft om een rapport te laten schrijven dat in één middag brainstormen met ervaringsdeskundigen veel concreter en beter verwoord had kunnen worden. En waar gaan die investeringen naartoe? Naar overheidsorganen.
De effectiviteit van recherche en inspectie is klein, in vergelijking met heterdaad. Alles wat wordt geïnvesteerd in vergroting van heterdaadkracht betaalt zich ruimschoots terug, terwijl recherche een buitengewoon kostbare activiteit is.

3. De mythe van expertise
‘Dit kunt u echt niet,’ staat denkbeeldig rondom ieder aanbod van particuliere veiligheid en beschrijving van overheidsdienst. Er wordt minimaal geïnvesteerd in voorlichting en redzaamheid van de bevolking tegen allerlei vormen van criminaliteit. En dat is vreemd, omdat diensten van de overheid en particuliere bedrijven met een aantal basale vaardigheden op het gebied van signaleren en melden, een schier oneindige capaciteit nodig lijken te hebben. Met uniformen en certificaten wordt de afstand tussen gewone mensen en beveiligers van politie en particulieren gemaximaliseerd.
Maar er is geen twijfel aan: uw gerichte en actieve oplettendheid is veruit de meest effectieve maatregel tegen misdaad. Voorlichting helpt enorm bij het filteren van meldenswaardig gedrag van legitiem gedrag. Mensen die (bijvoorbeeld door een wijkagent) zijn voorgelicht blijken meer relevante signalen door te geven aan de politie.
Hoe meer politie en andere diensten zich organiseren op expertise, hoe meer intern gericht de werkzaamheden. Er moet in alle kennisontwikkeling bij de politie een minstens zo uitgebreide inzet op distributie en communicatie zijn.

4. Mythe van de alwetendheid
Een valkuil in de beheersing van een fenomeen is de illusie hoog houden dat je het fenomeen de baas bent: de ‘In mijn dienst/gemeente gebeurt dat niet’ mythe. Daar zit ook de boodschap in naar criminelen: probeer het hier maar niet. En dat heeft een waarde. Controle is ook een belangrijke motivator. Maar controle blijkt nu juist niet bij een individu of dienst te kunnen liggen. Er zijn bergen informatie beschikbaar bij politie, justitie, gemeenten en inlichtingendiensten. Maar daar gebeurt heel weinig mee, weet ik uit mijn ervaring bij de financiële inlichtingendienst. Keuzes over het doen van onderzoeken ontstaan pas als er tips van buiten naar binnen vloeien over een dreiging. Juist de erkenning dat goedwillende mensen heel veel bij kunnen dragen aan keuzes in opsporing en preventie kan een impuls geven aan de veiligheid en het recht.

De oplettende lezer ziet dat ik in deze mythes niets anders doe dan de logica van veiligheidsorganisaties beschrijven en veralgemeniseren. Veiligheidsorganisaties moeten een serieus veiligheidsprobleem waar alleen zij bevoegd en capabel voor zijn om het aan te pakken en waarin heel veel geïnvesteerd moet worden. Die route is maar beperkt vruchtbaar omdat criminaliteitsbestrijding begint bij het vaststellen en uitdragen van een sociale norm dat de mensen goed doen voor elkaar zodat de afwijking opvalt en slecht valt. Daar heb je grote groepen mensen voor nodig – politie, gemeente, maar ook scholen, woningbouwcorporaties, winkeliers en bewoners. Een ontmythologisering van het veiligheidsvak zal daarom niet leiden tot een naakte keizer, maar een effectieve gemeenschappelijke aanpak.

Weten hoe? Kom het horen, zien en beleven tijdens de bijeenkomst over New Public Governance in de veiligheid op 7 september aanstaande.

Samenwerking tussen burgers en bureaucratie. Heb je even?

Als je de gemeente een brief stuurt met een vraag over veiligheid, mag je blij zijn wanneer je binnen drie weken een ontvangstbevestiging ontvangt. Daarin staat dan dat als je binnen zes maanden geen antwoord ontvangt, je een klacht kan sturen naar een benoemde postbus. In ieder geval een stok achter de deur! Zes maanden…

Hoe kunnen we ooit verwachten dat gemeenten zich gaan richten op wat de samenleving nodig heeft als het contact met een gemeentemedewerker een frontdesk medewerker is die als taak heeft alle telefoontjes per mail in het bureaucratische systeem te zetten?

New Public Governance (NPG), een concept van Osborne (2006), wat als opvolger gezien wordt van het New Public Management (NPM) en het daarvoor gaande Public Administration (PA), gaat in op gelijkwaardige samenwerking met alle mogelijke actoren met als centrale doelstelling, het behalen van de outcome; Een veilige en leefbare samenleving.

Naamloos

Output gedreven organisatie

Waar in het PA tijdperk de politie nog alleen aan zet was om criminaliteit aan te pakken, zagen we bij het latere NPM the rise of private security. De politie kon/kan het niet alleen en heeft haar partners nodig om criminaliteit te bestrijden, de openbare orde te handhaven en noodhulp te verlenen. New public management gaat ervan uit dat overheidsprocessen meer bedrijfsmatig worden ingericht. Dat wil zeggen dat er meer gestuurd gaat worden op cijfers, prestatie-indicatoren en efficiëntie. We zagen in 2004 het bekeuringenquotum voor agenten van 300 bekeuringen per jaar. Een duidelijk kenmerk van NPM waar de output van 300 bekeuringen per jaar het doel wordt, in plaats van het middel om te komen tot een veilige samenleving.

Nieuwe werkwijze

Samenwerken, de integrale aanpak of de multidisciplinaire aanpak, de applaus-woorden van 5 jaar geleden. Ondertussen zijn we zo ver dat we nut en noodzaak tot samenwerken zien maar het toch nog steeds lastig vinden. Met de intrede van het New Public Governance tijdperk vragen we van overheden, die nog struggelen met efficiëntieverbeteringen en prestatie indicatoren, om niet alleen samen te gaan werken met allerlei andere overheidsorganisaties, maar ook met bedrijven en burgers. Een omslag van grote omvang. Er worden zo vaak extra taken opgelegd maar er wordt nooit iets afgehaald. Nou, daar komt dus verandering in!

Vandaag de dag

Sociale controle, signaleren en melden van verdacht gedrag en burgeraanhoudingen zijn vandaag de dag niet meer weg te denken. In Amsterdam vindt 90% van alle aanhoudingen plaats vanuit meldingen van oplettende burgers! Als dit zo doorgaat houden politie en gemeenten dadelijk nog tijd over 😉

Outcome gedreven organisatie

Toch zien we ook dat overheidsorganisaties nog niet helemaal gewend zijn aan deze nieuwe vormen van criminaliteitsbestrijding. In dit NPG tijdperk gaan we ervan uit dat de overheid niet meer zozeer ‘in the lead’ zou moeten zijn of altijd maar de geldschieter moet zijn voor participatieprojecten. Alle actoren zijn gelijkwaardig en kunnen vanuit hun rol, expertise of bevoegdheden acteren in het veiligheidsdomein. Wat daarbij van groot belang is, is dat niet het aantal aanhoudingen, het aantal WhatsApp-groepen of de hoeveelheid betrokken actoren centraal staat, maar de outcome; een veilige samenleving.

Wat betekent dat voor de inrichting van de organisatie?

Hoe richt je een gemeente zo in dat die in staat is om samen te werken met burgers, zonder dat het telkens een half jaar duurt voordat er reactie komt op een vraag. Hoe zorg je voor een level-playing-field voor alle actoren? Hoe maak je je organisatie in die mate flexibel dat ook andere actoren eenvoudig kunnen participeren?

De juiste interventie

Communities voor veiligheid biedt kansen om dit proces op effectieve wijze in te richten. Justice in Practice begeleidt het programma om per gebied, wijk of straat een gecoördineerde beweging te starten. Dat is op een ‘tactisch’ niveau, van analyseren, plannen, faciliteren, begeleiden naar evalueren. De regie ligt daardoor bij de initiatiefnemers, terwijl professionals en beleidsmedewerkers aan de randvoorwaarden werken om de beweging te stimuleren en te voorzien van behulpzame kaders.

Op 7 september 2017 organiseert Justice in Practice een exclusief seminar over de transitie naar New Public Governance. Wil jij daar ook bij zijn? Mail naar info@justiceinpractice.nl

Tijd over door goed veiligheidsbeleid? Het kan met Communities voor veiligheid.

Een van de meest gehoorde klachten van mensen in veiligheid is dat ze zo onvoorspelbaar en onuitputtelijk veel werk hebben, waardoor ze eigenlijk altijd druk zijn. Er zijn incidenten, daar moet je iets mee om te managen, dan moet je uitzoeken en invoeren hoe het in het vervolg te voorkomen, maar dan gebeurt er weer iets anders. Zo hol je altijd achter de feiten aan!

De kern van dat probleem is niet dat je onvoorspelbaar en onuitputtelijk veel werk hebt, maar de gedachte dat jij het werk moet doen, de problemen moet begrijpen en de oplossingen moet aandragen en coördineren. Jij bent niet in staat om eerst de realiteit te behappen en vervolgens ook nog eens binnen een bepaalde tijd te handelen. Als je dat probeert kun je op z’n best een heel oppervlakkige analyse maken waar je op z’n meest een standaard oplossing op kunt loslaten. Dat, of je moet ontzettend veel werk doen in een heel korte tijd. Je focus moet veranderen naar de sociale context waarin de incidenten konden plaatsvinden.

Voorbeeld
Er was een nare verkrachting van een vrouw in het gebied waar ik werkte. Na de directe afhandeling – ter plaatse komen, slachtoffer verzorgen en wanneer mogelijk horen – ontstond er een gigantische papiermachine om informatie te verzamelen en te ordenen over het omgaan met de gevolgen voor de buurt en het voorkomen van een herhaling. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat er niet veel was dat we konden doen. Het was op zich niet een heel onveilig gebied waar veel extra maatregelen uit ons pakket konden worden genomen. Het enige dat we konden doen is praten met mensen en hen vragen wat we nog meer konden doen.

Praktijk
Althans, dat dachten we. Want we gingen niet alleen vragen wat wij konden doen, maar we gingen ook vragen wat zij konden doen. We gingen structuren aanbieden om dingen te ondernemen, we stimuleerden de relatie tussen bewoners onderling, voor zover we konden, en tussen de overheid en bewoners. We zagen dat deze sociale processen bewoners gestructureerd laat nadenken over veiligheidsrisico’s en wat ze er tegen konden doen. Dat terwijl ze leerden vertrouwen op de gezamenlijke normen rondom veiligheid en deze actiever gingen uitdragen. De politie gaf aan positief verrast te zijn met de voortgang en bewoners gingen zelf sociale en technische innovaties ontwikkelen om de sociale veiligheid in de buurt te vergroten. Zaken die we al jaren graag wilden, maar door uitputting nooit tot stand waren gekomen.

IMG_0901 2IMG_0910 3

De apps hierboven zijn van politie, die verrast zijn door de voortgang op het terrein, veel meer dan verwacht; en van een bewoner, die samen met anderen is gaan innoveren om inbraak te bemoeilijken.

Communities in Practice2017-04-13-PHOTO-00000012
De foto hiernaast is het terrein waarvan de al eerder genoemde politie aanvankelijk vond dat er een grote berg rommel lag. Later bleek dit door de bewoners zelf verzameld te zijn om een eigen Biergarten te bouwen van afvalhout, met het zichtbare resultaat.

We moesten eerst erkennen dat we tekort waren geschoten in ons optreden. Niet doordat we niets deden, maar doordat wij alles wilden doen en bewoners niet voldoende in hadden gezet om binnen hun eigen mogelijkheden zich te beschermen. Daarmee waren we heel druk geweest terwijl we maar een fractie van de mogelijke maatregelen konden nemen. Bewoners geven het optreden van veiligheidspartners vleugels. In het oplossen van criminaliteit geldt de vuistregel dat ruim 80% van de criminaliteit opgelost wordt door burgers. In het voorkomen van criminaliteit geldt dat invoeren van elke vorm van sociale controle de criminaliteit met tientallen procenten reduceert.

Bewoners geven het optreden van veiligheidspartners vleugels

Het veranderen van de focus van veiligheid naar het oplossen van specifieke problemen (en hun nasleep) naar het focussen op het ontbreken van sociale structuren die onveiligheid ruimte geven, bespaart in eerste instantie heel veel tijd. Criminaliteit wordt veel sneller afgeweerd en opgelost en de nasleep wordt veel sneller en vollediger opgevangen door hechte communities.

En dan hebben we eindelijk tijd om een kop koffie te drinken en het te hebben over het nut van het actief opzetten van communities.

Een andere sociale norm met Communities

Het artikel in NRC liegt er niet om: als ambtenaar die het recht toepast voel je je soms stevig onder druk gezet van ‘mensen met een andere norm’. Een belangrijke functie van gemeenten is het veranderen van de sociale norm, maar hoe werkt dat?

Normen zijn groepsproducten en hoe groter de groep met een bepaalde norm, hoe hoger de druk is om je daar aan aan passen. Een ambtenaar die in een criminele groep helpt bestrijden weet natuurlijk dat er een gemeente en politieapparaat achter hem staat, maar hij is makkelijk onder druk te zetten omdat hij weinig zichtbare medestanders heeft voor de bedreiger. Makkelijker althans, dan iemand die zichtbaar gesteund wordt door mensen die ook criminelen kennen, zoals mensen die in zijn buurt wonen, de huismeester die bij hem kleine reparaties uitvoert of de straatveger die een kopje koffie drinkt bij dezelfde broodjeszaak als hij.

Communities voor veiligheid ontlenen hun kracht aan het feit dat mensen zichtbaar en persoonlijk een norm uitdragen. Politieagenten hebben een uniform aan en dat maakt hen onpersoonlijk, je weet wat je van ze krijgt dus je relativeert hun boodschap makkelijker: ‘Jij wordt betaald met mijn belastinggeld’. Maar een persoonlijke inzet raakt mensen, het verandert hoe ze naar hun omgeving kijken: ‘Blijkbaar is respect en zorg de moeite waard’. Dat maakt het moeilijker om die ambtenaar die zich er voor inzet, te bedreigen. Hij is dan eigenlijk een van ons.

Justice in Practice brengt gemeenten, politie, organisaties en burgers bij elkaar en laat hen gezamenlijk optrekken om abstracte zaken als rechtstaat, zorg en buurtgevoel invulling te geven. In vier fasen – Relatie opbouwen, Rollen verdelen, Elkaars snelheid vinden en een Cyclus opbouwen – helpen we gemeenten een structuur ontwikkelen die diep in de samenleving weerklank vindt bij krachtige, redzame en hulpvaardige mensen.

Niet het einde van problemen, wel het begin van nieuwe oplossingen.

 

What we can learn from the USA about community forming

As a Dutchman with parents who’ve lived in the USA for an extended period, I’ve a good comparison between two countries known for their – albeit quite different – social nature. The Dutch are known to give more to charity than almost any other people. But the Americans are more likely to donate their time in helping strangers. How does this translate into real-life opportunities to build a community that noticeably makes your world a better place? How does giving time have more impact than giving money?

I visited my parents – father and stepmother to be precise – and questioned them about their organising of a balloon festival in the town where they’ve lived. How did they do it?

Yes, my father was the ‘best person’ someone with a vision and a drive. Yes, they had sufficient contacts to help them connect to government, charities and sponsors.

What I found different is the density of volunteering organisations they were able to involve without much ado. That means physical presence and work for a wide spectrum of charitable and noble goals that can be requested. That is something different from going door-to-door and receiving money for these same goals. It underlines the often observed fact that in places of dire need, non-governmental organisations provide infrastructure for organisating all sorts of activities. In Lake Havasu City, the need is not dire but the motivation is great. Thus they were able to realise this great event, making perfect use of the clear skies, beautiful London Bridge over a river running through the desert and the curiosity of residents in the environment to visit cultural activities.

The lesson is that financial gifts are welcome and flexibly usable, but people willing to exert their time and effort to improve their immediate surroundings make real differences in the real world. They organise parties, neighborhood watch, neighbors caring for each other and a host of other activities that add to our shared happines.

Just think how happy this would make you if it happened in your home town:

167291_1598791138954_1511306012_31495050_5969526_n

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

And this great guy organises an event for over 20,000 people and is happy with recognition as a reward! Making volunteering part of everyday life really adds to its quality. Donations are still essential, but they will not have any impact without the infrastructure of volunteers to realise real-life activities.

Being thankful for all the work and community-engagement! And thanks for being part of the inspiration to the upcoming activity in The Hague, Netherlands, on community building for a caring neighborhood!

 

IMG_2005

Getekend voor het leven

Getekend voor het leven

Communties voor veiligheid in de aanpak van huiselijk geweld

 

Huiselijk geweld in Nederland
Huiselijk geweld komt helaas nog te vaak voor. Naast de acute schade heeft het ook ernstige gevolgen voor de slachtoffers in hun verdere leven. Zo zijn drugs- en alcoholproblemen, emotionele en gedragsproblemen, PTSS (Post Traumatisch Stress Syndroom) en zelfs suïcide geen uitzonderingen. In Nederland worden jaarlijks naar schatting ten minste 200.000 mensen het slachtoffer van evident huiselijk geweld waarvan er jaarlijks gemiddeld 50 komen te overlijden. Het kent verschillende verschijningsvormen waaronder kindermishandeling, ouderenmishandeling, seksueel geweld, maar ook verbaal geweld en het volgen en in de gaten houden van het slachtoffer.

 
Een wereldwijd onderzoek
Huiselijk geweld is zowel dodelijker als duurder dan oorlog, blijkt uit een wereldwijde studie naar ‘domestic violence’ door Fearon & Hoeffler (2014). De onderzoekers van de universiteiten Standford en Oxford schatten dat er wereldwijd jaarlijks $9.5 biljoen (9.5 trillion) schade wordt geleden door het verlies van economische uitkomsten ten gevolge van huiselijk geweld, met name tegen vrouwen en kinderen. Terwijl oorlogen naar schatting jaarlijks $170 miljard (170 billion) kosten. Daarnaast geven zij aan dat er negen mensen omkomen aan huiselijk geweld tegenover een dode door oorlog. Huiselijk geweld is daarmee negen keer zo dodelijk en vele malen kostbaarder dan oorlogen.

 
De aanpak van huiselijk geweld
De aanpak van huiselijk geweld in Nederland is sinds een aantal jaren gedecentraliseerd (Movisie, 2013). Het heeft een rol gekregen in de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (2015) en daarmee is ook de jeugdzorg een gemeentelijke aangelegenheid geworden. Hoewel nog steeds Europees en nationaal beleid bestaat op de aanpak van huiselijk geweld, zijn de gemeenten aan zet om in lokaal en regionaal verband deze aanpak vorm te geven en uit te voeren (VNG, 2017). Op 1 januari 2015 is het programma ‘Een veilig thuis’ van start gegaan. Een fusie van het Advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK) en het Steunpunt huiselijk geweld (SHG). De uitvoeringsbevoegdheden zijn beschreven in de WMO en zijn vormgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In Nederland zijn 26 regio’s geformeerd met een eigen Veilig Thuis organisatie. Veilig Thuis geeft advies en deskundige hulp voor slachtoffers, daders, omstanders en professionals (Veilig Thuis, 2017). Het zijn bovenlokale organisaties die worden gefinancierd vanuit gemeenten.

 

Proportioneel veiligheidsbeleid – Wat is jouw leven waard?
In Nederland wordt door zorgverzekeringen een mensenleven gewaardeerd op €6.000.000. Gemiddeld is de levensverwachting in Nederland ongeveer 80 jaar. Dat betekent dat ieder levensjaar een waarde heeft van €75.000. In het kader van veiligheidsbeleid worden deze waardes berekend om te bezien of veiligheidsbeleid proportioneel is en niet teveel berust op symboliek. Voorbeeld: als veiligheidsbeleid ervoor zorgt dat iemand van 70 jaar oud, niet komt te overleiden door bijvoorbeeld asbest en hij wordt gewoon 80 jaar oud. Dan heeft dat beleid 10 gezonde levensjaren gewonnen voor een persoon en mag dat volgens de berekening €750.000 kosten.
Op basis van deze formules is in een maatschappelijke kosten- en batenanalyse berekend hoeveel proportioneel beleid rondom de aanpak van huiselijk geweld mag kosten. Conclusie; €150 miljard! Dat is weliswaar bij een reductie van 100% van de slachtoffers. We kunnen dus stellen dat wanneer we slechts 1% reductie zouden kunnen behalen, wat dus €1,5 miljard per jaar mag kosten, dat niet snel disproportioneel zal zijn.

 
Maatschappelijke impact
Het zijn van getuige of slachtoffer van huiselijk geweld in de kindertijd is een significante voorspeller van crimineel gedrag in een latere levensfase (Nieuwenhuis, 2008). Het is een probleem wat kennelijk in generaties door wordt gegeven binnen een vicieuze cirkel. Als men de schakel zou breken, levert dat niet alleen direct resultaat op maar ook voor toekomstige generaties. Dat betekent dat wanneer we als maatschappij de bron van allerlei problematiek (criminaliteit, verslavingen, overgewicht, burn-out en suïcide) willen aanpakken, we onze pijlen moeten gaan richten op de aanpak van huiselijk geweld.

 
Effectief veiligheidsbeleid
Dan de vraag; wat is nou een effectieve aanpak? ‘De overheid’ kan niet zomaar bij mensen achter de deur komen. Dat is bij Grondwet vastgelegd. Ook het signaleren van bijvoorbeeld kindermishandeling door overheidsorganisaties is lastig. Informele controle lijkt hierin een grote kans. Buren hebben vaak snel in de gaten wanneer er iets niet klopt binnen een huishouden. Geluiden van ruzie, zichtbaar letsel of andersoortige signalen kunnen binnen een buurt snel opvallen. Deze signalen kunnen gemeld worden bij instanties, gemeenten, politie of een Veilig Thuis. Echter wanneer de buurt met elkaar verbonden is, wanneer er sociale cohesie bestaat, kunnen de signalen redzame burgers aansporen om elkaar te helpen.

 
Communities voor veiligheid biedt kansen. Kansen om als buurt te verbinden met elkaar, met de wijkagent en met ambtenaren van de gemeente. Als een signaal van huiselijk geweld door kortere lijnen met veiligheidsprofessionals, eerder tot een melding resulteert en er daarmee voor zorgt dat instanties eerder op de hoogte zijn van de situatie, levert dat een potentieel positieve bijdrage aan de veiligheidssituatie.

 
“Is het als Nederlandse burger niet onze morele plicht om een situatie van mogelijke kindermishandeling te melden? Ieder mishandeld kind is er een teveel toch?”

 
Meer lezen over deze maatschappelijke kosten- batenanalyse of heb je een vraag of opmerking? Mail het naar klaas@justiceinpractice.nl

 

  Klaas Litjens
Junior adviseur veiligheid bij Justice In Practice
klaas@justiceinpractice.nl

Mee doen of zelf doen?

Mee doen of zelf doen?

 

Waarom krijgen communities van zelfredzame en actieve bewoners geen politiek mandaat?

 

Actueel

In een dorp nabij Amsterdam is de politiekracht teruggebracht tot 1 agent, terwijl het onder de rook van Amsterdam toch echt te maken heeft met grootstedelijke problemen. Het handhavingstekort wordt deels opgevangen door mensen uit de wijk. Ze vormen WhatsApp groepen, buurtwachten en organiseren cursussen signaleren van verdacht gedrag.

 

Hoe vanzelfsprekend dat tegenwoordig ook klinkt en hoe veel ze ook bijdragen aan (het gevoel van) veiligheid, tijdens de verkiezingen kunnen zij geen mandaat halen. Zij blijven afhankelijk van politici voor steun, politiek en financieel. Politici praten er enkel over – een proces van beleidsvoorbereiding, vergaderen, stemmen en implementatie dat zo een jaar in beslag kan nemen. De toegevoegde waarde van politici aan het in beweging krijgen van mensen en een inhoudelijke sturing is zeer gering. Wat voegt hun verkiezing toe aan dit stuk veiligheid?

 

Kat-en-muisspel

In een grote stad bedankt de burgemeester voor het initiatief uit de buurt om nauwer samen te werken met politie voor het terugdringen van dealers in hun buurt en spendeert veertigduizend euro per maand voor het inhuren van een particulier beveiligingsbedrijf. De beveiligers spelen een tijd kat en muis met de dealers, die zich beter gaan verstoppen. Toch blijft de buurt een smoezelige indruk bieden omdat beveiligers geen sfeer maken en bewoners en ondernemers nog altijd geen verantwoordelijkheid nemen voor de wijk. Had dit geld niet beter besteed kunnen worden aan iets anders en energie gestopt in het verenigen van goedwillende ondernemers en burgers?

 

Andermans geld geeft makkelijk uit

Initiatieven gelanceerd binnen communities vormen een groot contrast met veel aanbod dat we nu kennen. Bij professioneel aanbod tellen geld en minuten in de praktijk meer dan welzijn. Niemand is blind voor de voordelen van de professionalisering, maar er is steeds meer oog voor de kracht van persoonlijke netwerken, vooral nu dat professionele aanbod steeds moeilijker te betalen is. De ontevredenheid met het aanbod slaat terug op politici, die volledig verantwoordelijk zijn voor zowel het innen van belasting voor deze diensten als het aanbod. Een nadeel van de oplossing van problemen door de staat is dat wij wel betalen en investeren in de oplossing, maar de oplossing vrijwel unaniem als ontoereikend beschouwen.

 

Het heft in eigen hand

Alle politieke partijen verwelkomen mede daarom de trend van zelfredzaamheid, zij het dat men soms klaagt dat het allemaal door de bezuinigingen komt. Maar politici zijn niet nodig voor deze vorm van zelfredzaamheid. Hoe je het ook framed, als bezuinigingen of ideologie van de verpersoonlijking van de verzorging, politici moeten een stap terug doen op terreinen waar bewoners meer zelf organiseren. En dat is op veel gebieden. In plaats van middelen en energie naar de verkiezing van politici waar stemgerechtigden toch weinig fiducie in hebben, kunnen we een deel van deze energie en middelen beter richten op het ontwikkelen van communities die signaleren en zorgen.

 

Civiele verantwoording

In gebieden waar bewoners succesvolle initiatieven hebben opgericht kan je de buurt meer armslag geven bij financiële ondersteuning aan het runnen van deze projecten: daarvan kun je zeggen dat de politiek daar geen plaats meer heeft. In plaats van een leger aan ambtenaren voor allerlei hulpverleners, een aantal actieve personen in de wijk die voor raad en daad kunnen spreken met een ambtenaar die hen ook bijstaat in het beheren van de gelden. Thema’s die behandeld zijn door bewoners worden dan van de politieke agenda gehaald. Zo maak je een einde aan het gemak waarmee politici resultaten claimen voor activiteiten waar zij zelf niet of nauwelijks aan hebben bijgedragen.

 

Wie betaalt, die bepaalt

Het is ironisch dat de praktijk nu is dat de politiek ‘gaat’ over de gelden die beschikbaar zijn om bewoners iets zelf te laten doen. Tegelijkertijd is er ook voor kleine projecten wel geld nodig dat niet altijd door bewoners gedragen kan worden. Het is dan niet meer dan logisch dat bewoners geld ‘potten’ om iets te realiseren, maar het is ook rechtvaardig dat deze investeringen worden terugbetaald uit belastingen. Als opmaat voor het verlagen van de belastingen voor de portie ‘zelfredzaamheid’ die burgers opbrengen. Als opmaat, bovendien, naar het verkleinen van het mandaat van politici.

 

Verkiezingen

De prilheid van de initiatieven waarover ik spreek en die in de rest van het land – en delen van de wereld – opkomen maakt het te vroeg voor de drastische consequentie om het politieke systeem om te gooien. Toch moeten we bij deze verkiezing constateren dat er inmiddels veel redenen zijn om meer zelf te doen en meer ruimte terug te eisen van het politieke mandaat.

 

De keuze is dus: we kiezen politici die volledig verantwoordelijk zijn voor een niveau van zorg maar dat niet waar kunnen maken, of we sluiten ons aan bij initiatieven die een lagere garantie bieden voor achterblijvers maar die wel precies aansluiten bij wat we zelf willen. Hoe sterker deze initiatieven, hoe groter onze vrijheid om onze wereld vorm te geven zoals we dat zelf het liefst zien.